Spaanse tapas
Spaanse tapas vallen uiteen in drie categorieën, afhankelijk van hun “eetgemak”: cosas de picar, pinchos en cazuelas.
Cosas de picar kunnen gemakkelijk tussen duim en wijsvinger opgepakt worden. De olijf is hier een goed voorbeeld van. Rauwe olijven worden gepekeld of gezouten (in lagen in een mand met zout) om de bittere smaak te neutraliseren. Ze zijn er in vele soorten; van matgroen tot glanzend zwart en van piepklein tot flink. Er zijn talloze manieren om olijven te verwerken. Iedere streek kent zijn eigen karakteristieke marinade. Als de pit eruit is gehaald, worden olijven gevuld met van alles, van paprika tot ansjovis en amandelen. Naast olijven zijn bijvoorbeeld ook calamares (gefrituurde inktvisringen) en dunne plakjes serrano ham gemakkelijk te eten. Van deze serrano ham is de jabugo de lekkerste. Varkens worden vetgemest met eikels. De lendenen en schouders van het varken worden na het zouten, wassen en drogen gedurende één tot drie jaar gerijpt, waardoor de jabugo zijn karakteristieke aroma en smaak krijgt.
Zodra er voor het eten van tapas een cocktailprikkertje gebruikt wordt noemt men ze pinchos, van het werkwoord pinchar dat prikken betekent. Banderillas zijn bijvoorbeeld zuurwaren op een prikker, vernoemd naar de kleurrijk versierde pijlen die gebruikt worden bij de stierengevechten. Maar ook stukjes tortilla (aardappelomelet), warme worstjes of boquerones (piepkleine visjes) kunnen zo gegeten worden.
Cazuelas ofwel “kleine hapjes” worden vaak geserveerd in een saus, zoals bijvoorbeeld albóndigas (gehaktballetjes) of gambas al ajillo (met knoflook gebakken garnalen). Er wordt altijd brood bij gegeven om de saus op te dippen. Tostados worden op een sneetje geroosterd stokbrood geserveerd. Tartelas zijn pasteitjes, gevuld met allerlei lekkere dingen.
Tapas Club heeft ook een paar favorieten uit de spaanse keuken: chistorritas, pollo al ajillo en albóndigas con tomate.
Een traditionele drank die wordt gedronken bij Spaanse tapas is wijn; peleón (jong en goedkoop) of reserva (lange tijd gerijpt op eikenhouten vaten). Wijn uit de regio: txakoli in Baskenland, Penedés wijn of cava (een soort champagne) in Cataluña, ribeiro in het Noordwesten, jonge Valdepeñas of Rioja wijn in Castile en in centraal Spanje of sherry in het zuiden van het land. In Asturias en de noordelijke streken waar veel appels groeien, wordt er cider bij gedronken in plaats van wijn. Veel tapasbars schenken ook een corto, bier in een wijnglas, zodat je snel van bar naar bar kunt.
De Spaanse keuken is een gezonde keuken door het gebruik van veel vis, groenten, peulvruchten en olijfolie. Van alle oliën uit de voorraadkast heeft olijfolie, dat geen cholesterol maar wel enkelvoudig onverzadigde vetzuren bevat, de meest heilzame werking. De Spaanse recepturen zijn niet ingewikkeld, maar door een combinatie van de beste ingrediënten en eenvoudige technieken ontstaan tapas van topkwaliteit.
Nog meer tapas