Decopox Kunststofvloeren is een succesvol dynamisch bedrijf dat zich volledig gespecialiseerd heeft in het adviseren over en aanbrengen van duurzame kunststofvloeren.Wij zijn actief op zowel de particulieren als de bedrijvenmarkt. In 10 jaar tijd zijn wij uitgegroeid tot een uniek bedrijf waar wij trots op zijn. Uniek alleen al door onze professionele werkwijze en ons uitgebreide vloerenassortiment, waardoor wij onze vloersystemen naadloos kunnen laten aansluiten op de gestelde wensen en eisen van onze klanten.
Het succes van ons bedrijf is het succes van onze medewerkers. Mensen die uit verschillende disciplines komen en samen een enorme schat aan knowhow en ervaring vertegenwoordigen, en een scherp oog hebben voor detail. Maar bovenal mensen die met u mee kunnen denken, passie hebben voor hun vak en continue streven naar perfectie, niet alleen in esthetische eigenschappen en de fijnheid van afwerking maar ook in hun werkwijze.
Ondergronden en Decopox vloerafwerking
Correctie van gebreken en voorbehandeling van ondergronden voor DecopoxKunststofvloeren
Decopox kunststofvloeren kunnen op verschillende ondergronden worden aangebracht. De meest voorkomende ondergronden zijn beton en zandcement. Daarnaast, maar in mindere mate, worden Decopox kunststofvloeren toegepast op stalen, granieten, houten en bitumineuze ondervloeren. Voor een goede vloerafwerking is het van belang dat de ondergrond aan bepaalde voorwaarden voldoet. De ondervloer moet voldoende hard zijn, mag niet verontreinigd zijn, dient een aanvaardbaar vochtgehalte te hebben enz. Deze eisen houden verband met de eigenschappen van de aan te brengen kunststofvloer. Hieronder volgen de voorwaarden die voor betonnen en zandcement ondergronden gelden. Zij zijn gedeeltelijk ook van toepassing op andere ondergronden.
1. Beton en zandcement ondervloer
1.1 Vochtgehalte
Omdat kunststofvloeren waterdicht en vrijwel waterdampdicht zijn, is het van belang dat de ondergrond voldoende droog is. Het vochtgehalte mag niet meer dan 2,5 vol.% zijn.
Voor vloeren die afgewerkt worden met een scheuroverbruggende elastische vloerafwerking dient het vochtgehalte op grotere diepte te worden gemeten, b.v. met een CM-Gerät.
Een nieuwe ondergrond dient, alvorens een kunststofvloer wordt toegepast, minimaal 28 dagen oud te zijn.
1.2 Vloerconstructie
Bij vloerconstructies onderscheiden wij twee soorten, nl. vrijdragende en niet vrijdragende vloeren. Om een duurzame hechting te waarborgen dient men er voor te zorgen dat er geen vochttransport plaatsvindt vanuit de kelder of ondergrond (zand) naar de ondervloer. Een cementgebonden ondervloer moet daarom vrijdragend zijn, goed geventileerd en/of onderkelderd. Indien de vloer niet vrijdragend is, moet deze aan de ondergrond dampdicht geïsoleerd zijn. Wordt niet aan deze voorwaarden voldaan, dan kan de waterdichte kunststofvloerafwerking door waterdampdruk loslaten/onthechten van de ondervloer.
1.3 Cementhuid (slijm- of slikhuid)
De cementhuid van beton belemmert de hechting van kunststofafwerkingen. Er kan niet genoeg de nadruk op worden gelegd dat dit laagje moet worden verwijderd. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Wij vermelden ze in volgorde van doeltreffendheid:
- Stofvrij stralen;
- Stofvrij schuren met diamant gereedschap;
- Frezen;
- Boucharderen.
1.4 Diamantschuren
Deze wijze van schuren is een effectieve manier waarbij een relatief egaal oppervlak ontstaat. Diamantschuren wordt in toenemende mate toegepast.
1.5 Frezen
Het affrezen van de toplaag (van millimeters tot een centimeter) is een voorbehandelingsmethodiek die zeer effectief is. Hij wordt vaak toegepast wanneer de ondergrond tot op grotere diepte verontreinigd dan wel
onvoldoende structuur heeft. Een nadeel is wel dat een ruw oppervlak ontstaat die vaak weer moet worden uitgevlakt c.q. opgehoogd.
1.6 Boucharderen
Het met pneumatische klophamers/beitels verwijderen van de cementhuid is een erg arbeidsintensieve, maar weldoeltreffende methode, een nadeel is dat de ondergrond ruw wordt.
1.7 Druksterkte
Om een duurzame verbinding tussen de ondervloer en kunststofvloer te realiseren, moet de druksterkte van de ondervloer zijn afgestemd op het gebruiksdoel van de kunststofvloer. Immers, de krachten die op de kunststofvloer worden uitgeoefend, worden vrijwel direct doorgegeven aan de ondervloer. Het is daarom niet uitsluitend de druksterkte van de kunststofvloer die bepalend is voor de maximaal toelaatbare belasting, maar ook de ruksterkte
van de ondervloer. De ondervloer dient volledig in staat te zijn de statische en dynamische lasten, zonder ontoelaatbare deformatie, aan de dragende ondergrond (fundering) af te voeren. Alvorens een kunststofvloerafwerking aan te brengen moet de druksterkte van de ondervloer beoordeeld worden. De druksterkte van een cementgebonden ondergrond kan men op eenvoudige wijze meten met een drukvastheidsmeter (hamer) van Schmidt.
Een zandcementvloer heeft een druksterkte van 20-25 N/mm2 (D20-D25).
De druksterkte van beton varieert van 15-40 N/mm2 (C15-C40). Een cementgeboden ondervloer die, nadat de kunststofafwerking is aangebracht, zwaar zal worden belast (rijbelasting van vorkheftrucks, auto's e.d.), dient een druksterkte te hebben van minimaal 22,5 N/mm2,maar bij voorkeur 30 N/mm2. Bij een lichte belasting dient de druksterkte minstens 15 N/mm2te zijn, maar bij voorkeur 22,5 N/mm2.
1.8 Losse dekvloer en beschadigingen
In de praktijk komt het veel voor dat de zandcementdekvloer of een ander type dekvloer los op de betonnen werkvloer ligt, zonder dat dit met het oog kan worden waargenomen. De losliggende gedeelten ("schollen") kunnen
worden opgespoord door met een hamer de vloer al tikkend af te tasten. Bij de losse gedeelten wordt een hol geluid waargenomen. De op deze manier opgespoorde niet of onvoldoende hechtende gedeelten van de dekvloer
behoren te worden uitgehakt. Hierna kan reparatie plaatsvinden met een epoxymortel of met een minerale mortel. Ook beschadigingen van andere aard kan men het beste met een van deze mortels herstellen.
1.9 Oliën en vetten
Om een goede verankering van de kunststofvloer te verkrijgen is het beslist noodzakelijk dat een met oliën of vetten verontreinigde ondergrond wordt gereinigd. Daarvoor zijn het geschiktst de z.g. emulgerende ontvettingsmiddelen.
1.10 Hulpstoffen
Wanneer in de mortel van de ondervloer versnellers, vertragers of andere hulpstoffen zijn gebruikt is het gewenst van tevoren een proefvlak op te zetten. Bij het gebruik van Curing Compounds deze te allen tijde door middel van (stofvrij) stralen geheel verwijderen.
1.11 Vlakheid van de ondervloer
Vooral bij gietvloeren (selfleveling vloeren) is het van belang dat de ondervloer goed vlak is. Bij dit type mogen oneffenheden van de ondervloer niet meer dan 3 mm per strekkende meter bedragen. Het is vanzelfsprekend dat gietvloeren niet kunnen worden toegepast op vloeren die aflopend zijn (op afschot liggen). De eisen die aan de vlakheid van de ondervloer worden gesteld, zijn voor een troffelvloer minder kritisch. Toch is het gewenst dat de oneffenheid beperkt blijft tot maximaal 1½ mm met andere woorden: geen punt mag meer dan 1½ mm afwijken van het theoretisch ideaalvlak. Grotere oneffenheden hebben een zeer hoog materiaalverbruik tot gevolg. Oneffenheden kunnen op eenvoudige wijze worden aangetoond door een rechte stalen rij op de vloer te leggen. Bij tegenlicht kan men dan de oneffenheden nauwkeurig waarnemen.
1.12 Afschot
In veel gevallen wordt van een vloer verlangd dat hij op afschot ligt. Dat wil zeggen dat er een zodanig niveauverschil in de vloer is of wordt angebracht, dat water en/of andere vloeistoffen niet in plassen op de vloer blijft staan, maar in één richting van de vloer aflopen naar een goot of put. Voor het op afschot brengen van de vloer kan men om reeds in een dunne laag de vereiste druksterkte te verkrijgen, het beste gebruik maken van Decopox troffelvloer. In geen geval hiervoor een zandcementmortel toepassen, omdat daarmee niet de gewenste druksterkte wordt bereikt. Het afschot van een goede vloer bedraagt 5-10 mm per strekkende meter. Voor het vaststellen van afschot zijn er speciale waterpassen in de handel.
1.13 Poederende toplaag
Wanneer door een te snelle verdamping van het water aan het oppervlak van het beton geen volledige hydratatie (reactie van cement en water) heeft plaatsgevonden, kan dit een ongebonden, zanderige toplaag tot gevolg hebben. Deze poederende laag verhindert de hechting van vloerafwerkingssystemen en moet derhalve, op dezelfde wijze als de slijm- of slikhuid, worden verwijderd.
1.14 Porositeit
Een geringe porositeit van de ondervloer heeft een gunstige invloed op de hechting van de kunststofafwerking. Bij een te grote porositeit wordt echter bindmiddel aan de opgebrachte afwerklaag onttrokken, waardoor sterkte en
dichtheid van deze laag nadelig kunnen worden beïnvloed. Door zulke poreuze ondervloeren te impregneren met een dunvloeibare kunststofprimer kan de porositeit worden verminderd. Onder hooggevulde kunststofvloerafwerkingen wordt in alle gevallen een primer toegepast.
1.15 Dilatatievoegen
De dilatatievoegen die in de ondervloer zijn aangebracht dienen in de dekvloer doorgezet te worden. Dit kan men bereiken door tijdens het leggen van de kunststofvloer met bouwfolie beklede latten in de voeg te plaatsen; deze kunnen dan na doorharding van de vloer worden verwijderd. Ook kan de plaats van de dilatatie worden gemarkeerd. De dilataties kunnen dan, als de vloer is verhard, worden ingezaagd.
2. Tegelvloeren
Als ondergrond van kunststofvloerafwerking zijn tegelvloeren minder geschikt. Randvoorwaarden waarmee rekening gehouden moet worden zijn: de soort en kwaliteit van de toegepaste tegels, de te verwachten belasting van de vloer, wensen ten aanzien van kleur en structuur en het vochtgehalte c.q. vochttransport in de ondervloer en onder de tegels enz. In ieder geval dient de tegelvloer goed vlak te zijn, de tegels moeten vast in het speciebed liggen en de voegstructuur moet worden uitgevuld tot bovenzijde van de tegels. Om een goede hechting te verkrijgen is het vrijwel altijd noodzakelijk de ondergrond voor te behandelen door middel van stofvrij stralen of diamantschuren.
3. Granietvloeren
Evenals tegelvloeren hebben granietvloeren een glad en gesloten oppervlak. Voor het verkrijgen van een goede hechting is het daarom noodzakelijk de juiste voorbehandeling toe te passen. Deze bestaat uit het intensiefreinigen en ontvetten van de ondergrond en stofarm diamantschuren.
4. Houten vloeren
Planken vloeren moeten overspannen worden met 18 mm watervast verlijmd plaatmateriaal, doorschroefd op 25 x 25 cm raster. De platen worden volgens het tandgroef principe onderling verbonden. De platen om de 20 cm vastschroeven. Aanbrengen van een gewapend vlies.Bij houtconstructies (balkenplaten) is de plaatdikte afhankelijk van de overspanning. De platen worden onderling verbonden boven de steunpunten volgens het tandgroef principe.
5. Stalen vloeren
Steeds meer stalen vloeren worden voorzien van een unststofvloerafwerking. Daarbij moet vanzelfsprekend aandacht worden geschonken aan de roestwering en de hechting van de kunststofvloer op het stalen oppervlak.
Om die redenen dient het staal eerst zorgvuldig te worden gestraald met een inert straalmiddel. Na het stralen dient het oppervlak te voldoen aan de ontroestingsgraad van Sa 2½. Van koud gewalst staal eventueel vet en/of
roest verwijderen. Zo nodig stralen. Na de voorbehandeling dient direct een staalprimer te worden aangebracht. Daarna kan de vloer op de gewone wijze verder worden afgewerkt.
6. Asfaltvloeren (bitumen)
Bitumineuze vloeren in een binnensituatie kunnen, na een eventuele voorbehandeling, worden behandeld met vloercompounds op basis van polyurethaan (PUR). In een buitensituatie verdient het aanbeveling deze vloeren geheel te verwijderen, omdat men rekening dient te houden met het feit dat het verouderingsproces en uitdroging van de bitumenvloer na het aanbrengen van een afwerkingssysteem doorgaat. Craquelévorming van de afwerking en daarna onthechting van het totale afwerkingssyteem kunnen dan het gevolg zijn. Voorwaarde voor het behandelen van de vloer is dat deze thermoplastische vloer niet te sterk is gedeformeerd. Deformatie kan door de geringe druksterkte van de gietasfaltvloer gemakkelijk plaatsvinden, vooral bij een geconcentreerde belasting (puntbelasting). In verband daarmee dient de aan te brengen vloercompound ook enigszins elastisch zijn. De vloer dient gecontroleerd te worden op hechting en losse delen.
Het reinigen van de bitumineuze ondergrond kan het beste geschieden met water waaraan 10% Teepol is toegevoegd. Grondig naspoelen met schoon water en de ondergrond goed laten drogen. In geen geval organische
oplosmiddelen zoals tolueen e.d. gebruiken voor het reinigen van asfalt, omdat zij de bitumineuze laag aantasten. In bepaalde gevallen kan het noodzakelijk zijn om de bitumineuze ondergrond te frezen of aan te stralen.
7. Kunststofvloeren
Vloeren, die reeds van een kunststofafwerking zijn voorzien, kunnen na de juiste behandeling met een nieuwe kunststoflaag worden behandeld. Deze voorbehandeling bestaat uit het grondig reinigen en ontvetten van de vloer
mechanisch voorbehandelen (stofvrij diamantschuren) om een goede hechting te verkrijgen. Waar nodig kunnen reparaties worden uitgevoerd met een epoxymortel.
8. Geplakte vloeren (marmoluem en linolium)
Geplakte vloeren kunnen bijna niet met een kunststofvloer worden afgewerkt. Als om technische redenen toch een kunststofvloerafwerking gewenst is, dient men de plakvloer volledig te verwijderen, waarbij er op gelet moet worden, dat er geen resten van plak- of egalisatiemiddel op het oppervlak achterblijven.
Ondergronden en Decopox vloerafwerking
Correctie van gebreken en voorbehandeling van ondergronden voor Decopox Kunststofvloeren
Decopox kunststofvloeren kunnen op verschillende ondergronden worden aangebracht. De meest voorkomende ondergronden zijn beton en zandcement. Daarnaast, maar in mindere mate, worden Decopox kunststofvloeren toegepast op stalen, granieten, houten en bitumineuze ondervloeren. Voor een goede vloerafwerking is het van belang dat de ondergrond aan bepaalde voorwaarden voldoet. De ondervloer moet voldoende hard zijn, mag niet verontreinigd zijn, dient een aanvaardbaar vochtgehalte te hebben enz. Deze eisen houden verband met de eigenschappen van de aan te brengen kunststofvloer. Hieronder volgen de voorwaarden die voor betonnen en zandcement ondergronden gelden. Zij zijn gedeeltelijk ook van toepassing op andere ondergronden.
1. Beton en zandcement ondervloer
1.1 Vochtgehalte
Omdat kunststofvloeren waterdicht en vrijwel waterdampdicht zijn, is het van belang dat de ondergrond voldoende droog is. Het vochtgehalte mag niet meer dan 2,5 vol.% zijn. Voor vloeren die afgewerkt worden met een scheuroverbruggende elastische vloerafwerking dient het vochtgehalte op grotere diepte te worden gemeten, b.v. met een CM-Gerät. Een nieuwe ondergrond dient, alvorens een kunststofvloer wordt toegepast, minimaal 28 dagen oud te zijn.
1.2 Vloerconstructie
Bij vloerconstructies onderscheiden wij twee soorten, nl. vrijdragende en niet vrijdragende vloeren. Om een duurzame hechting te waarborgen dient men er voor te zorgen dat er geen vochttransport plaatsvindt vanuit de kelder of ondergrond (zand) naar de ondervloer. Een cementgebonden ondervloer moet daarom vrijdragend zijn, goed geventileerd en/of onderkelderd. Indien de vloer niet vrijdragend is, moet deze aan de ondergrond dampdicht geïsoleerd zijn. Wordt niet aan deze voorwaarden voldaan, dan kan de waterdichte kunststofvloerafwerking door waterdampdruk loslaten/onthechten van de ondervloer.
1.3 Cementhuid (slijm- of slikhuid)
De cementhuid van beton belemmert de hechting van kunststofafwerkingen. Er kan niet genoeg de nadruk op worden gelegd dat dit laagje moet worden verwijderd. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Wij vermelden ze in volgorde van doeltreffendheid:
- Stofvrij stralen;
- Stofvrij schuren met diamant gereedschap;
- Frezen;
- Boucharderen.
1.4 Diamantschuren
Deze wijze van schuren is een effectieve manier waarbij een relatief egaal oppervlak ontstaat. Diamantschuren wordt in toenemende mate toegepast.
1.5 Frezen
Het affrezen van de toplaag (van millimeters tot een centimeter) is een voorbehandelingsmethodiek die zeer effectief is. Hij wordt vaak toegepast wanneer de ondergrond tot op grotere diepte verontreinigd dan wel
onvoldoende structuur heeft. Een nadeel is wel dat een ruw oppervlak ontstaat die vaak weer moet worden uitgevlakt c.q. opgehoogd.
1.6 Boucharderen
Het met pneumatische klophamers/beitels verwijderen van de cementhuid is een erg arbeidsintensieve, maar weldoeltreffende methode, een nadeel is dat de ondergrond ruw wordt.
1.7 Druksterkte
Om een duurzame verbinding tussen de ondervloer en kunststofvloer te realiseren, moet de druksterkte van de ondervloer zijn afgestemd op het gebruiksdoel van de kunststofvloer. Immers, de krachten die op de kunststofvloer worden uitgeoefend, worden vrijwel direct doorgegeven aan de ondervloer. Het is daarom niet uitsluitend de druksterkte van de kunststofvloer die bepalend is voor de maximaal toelaatbare belasting, maar ook de ruksterkte van de ondervloer. De ondervloer dient volledig in staat te zijn de statische en dynamische lasten, zonder ontoelaatbare deformatie, aan de dragende ondergrond (fundering) af te voeren. Alvorens een kunststofvloerafwerking aan te brengen moet de druksterkte van de ondervloer beoordeeld worden. De druksterkte van een cementgebonden ondergrond kan men op eenvoudige wijze meten met een drukvastheidsmeter (hamer) van Schmidt. Een zandcementvloer heeft een druksterkte van 20-25 N/mm2 (D20-D25). De druksterkte van beton varieert van 15-40 N/mm2 (C15-C40). Een cementgeboden ondervloer die, nadat de kunststofafwerking is aangebracht, zwaar zal worden belast (rijbelasting van vorkheftrucks, auto's e.d.), dient een druksterkte te hebben van minimaal 22,5 N/mm2,maar bij voorkeur 30 N/mm2. Bij een lichte belasting dient de druksterkte minstens 15 N/mm2te zijn, maar bij voorkeur 22,5 N/mm2.
1.8 Losse dekvloer en beschadigingen
In de praktijk komt het veel voor dat de zandcementdekvloer of een ander type dekvloer los op de betonnen werkvloer ligt, zonder dat dit met het oog kan worden waargenomen. De losliggende gedeelten ("schollen") kunnen worden opgespoord door met een hamer de vloer al tikkend af te tasten. Bij de losse gedeelten wordt een hol geluid waargenomen. De op deze manier opgespoorde niet of onvoldoende hechtende gedeelten van de dekvloer behoren te worden uitgehakt. Hierna kan reparatie plaatsvinden met een epoxymortel of met een minerale mortel. Ook beschadigingen van andere aard kan men het beste met een van deze mortels herstellen.
1.9 Oliën en vetten
Om een goede verankering van de kunststofvloer te verkrijgen is het beslist noodzakelijk dat een met oliën of vetten verontreinigde ondergrond wordt gereinigd. Daarvoor zijn het geschiktst de z.g. emulgerende ontvettingsmiddelen.
1.10 Hulpstoffen
Wanneer in de mortel van de ondervloer versnellers, vertragers of andere hulpstoffen zijn gebruikt is het gewenst van tevoren een proefvlak op te zetten. Bij het gebruik van Curing Compounds deze te allen tijde door middel van (stofvrij) stralen geheel verwijderen.
1.11 Vlakheid van de ondervloer
Vooral bij gietvloeren (selfleveling vloeren) is het van belang dat de ondervloer goed vlak is. Bij dit type mogen oneffenheden van de ondervloer niet meer dan 3 mm per strekkende meter bedragen. Het is vanzelfsprekend dat gietvloeren niet kunnen worden toegepast op vloeren die aflopend zijn (op afschot liggen). De eisen die aan de vlakheid van de ondervloer worden gesteld, zijn voor een troffelvloer minder kritisch. Toch is het gewenst dat de oneffenheid beperkt blijft tot maximaal 1½ mm met andere woorden: geen punt mag meer dan 1½ mm afwijken van het theoretisch ideaalvlak. Grotere oneffenheden hebben een zeer hoog materiaalverbruik tot gevolg. Oneffenheden kunnen op eenvoudige wijze worden aangetoond door een rechte stalen rij op de vloer te leggen. Bij tegenlicht kan men dan de oneffenheden nauwkeurig waarnemen.
1.12 Afschot
In veel gevallen wordt van een vloer verlangd dat hij op afschot ligt. Dat wil zeggen dat er een zodanig niveauverschil in de vloer is of wordt angebracht, dat water en/of andere vloeistoffen niet in plassen op de vloer blijft staan, maar in één richting van de vloer aflopen naar een goot of put. Voor het op afschot brengen van de vloer kan men om reeds in een dunne laag de vereiste druksterkte te verkrijgen, het beste gebruik maken van Decopox troffelvloer. In geen geval hiervoor een zandcementmortel toepassen, omdat daarmee niet de gewenste druksterkte wordt bereikt. Het afschot van een goede vloer bedraagt 5-10 mm per strekkende meter. Voor het vaststellen van afschot zijn er speciale waterpassen in de handel.
1.13 Poederende toplaag
Wanneer door een te snelle verdamping van het water aan het oppervlak van het beton geen volledige hydratatie (reactie van cement en water) heeft plaatsgevonden, kan dit een ongebonden, zanderige toplaag tot gevolg hebben. Deze poederende laag verhindert de hechting van vloerafwerkingssystemen en moet derhalve, op dezelfde wijze als de slijm- of slikhuid, worden verwijderd.
1.14 Porositeit
Een geringe porositeit van de ondervloer heeft een gunstige invloed op de hechting van de kunststofafwerking. Bij een te grote porositeit wordt echter bindmiddel aan de opgebrachte afwerklaag onttrokken, waardoor sterkte en dichtheid van deze laag nadelig kunnen worden beïnvloed. Door zulke poreuze ondervloeren te impregneren met een dunvloeibare kunststofprimer kan de porositeit worden verminderd. Onder hooggevulde kunststofvloerafwerkingen wordt in alle gevallen een primer toegepast.
1.15 Dilatatievoegen
De dilatatievoegen die in de ondervloer zijn aangebracht dienen in de dekvloer doorgezet te worden. Dit kan men bereiken door tijdens het leggen van de kunststofvloer met bouwfolie beklede latten in de voeg te plaatsen; deze kunnen dan na doorharding van de vloer worden verwijderd. Ook kan de plaats van de dilatatie worden gemarkeerd. De dilataties kunnen dan, als de vloer is verhard, worden ingezaagd.
2. Tegelvloeren
Als ondergrond van kunststofvloerafwerking zijn tegelvloeren minder geschikt. Randvoorwaarden waarmee rekening gehouden moet worden zijn: de soort en kwaliteit van de toegepaste tegels, de te verwachten belasting van de vloer, wensen ten aanzien van kleur en structuur en het vochtgehalte c.q. vochttransport in de ondervloer en onder de tegels enz. In ieder geval dient de tegelvloer goed vlak te zijn, de tegels moeten vast in het speciebed liggen en de voegstructuur moet worden uitgevuld tot bovenzijde van de tegels. Om een goede hechting te verkrijgen is het vrijwel altijd noodzakelijk de ondergrond voor te behandelen door middel van stofvrij stralen of diamantschuren.
3. Granietvloeren
Evenals tegelvloeren hebben granietvloeren een glad en gesloten oppervlak. Voor het verkrijgen van een goede hechting is het daarom noodzakelijk de juiste voorbehandeling toe te passen. Deze bestaat uit het intensiefreinigen en ontvetten van de ondergrond en stofarm diamantschuren.
4. Houten vloeren
Planken vloeren moeten overspannen worden met 18 mm watervast verlijmd plaatmateriaal, doorschroefd op 25 x 25 cm raster. De platen worden volgens het tandgroef principe onderling verbonden. De platen om de 20 cm vastschroeven. Aanbrengen van een gewapend vlies.Bij houtconstructies (balkenplaten) is de plaatdikte afhankelijk van de overspanning. De platen worden onderling verbonden boven de steunpunten volgens het tandgroef principe.
5. Stalen vloeren
Steeds meer stalen vloeren worden voorzien van een unststofvloerafwerking. Daarbij moet vanzelfsprekend aandacht worden geschonken aan de roestwering en de hechting van de kunststofvloer op het stalen oppervlak. Om die redenen dient het staal eerst zorgvuldig te worden gestraald met een inert straalmiddel. Na het stralen dient het oppervlak te voldoen aan de ontroestingsgraad van Sa 2½. Van koud gewalst staal eventueel vet en/of roest verwijderen. Zo nodig stralen. Na de voorbehandeling dient direct een staalprimer te worden aangebracht. Daarna kan de vloer op de gewone wijze verder worden afgewerkt.
6. Asfaltvloeren (bitumen)
Bitumineuze vloeren in een binnensituatie kunnen, na een eventuele voorbehandeling, worden behandeld met vloercompounds op basis van polyurethaan (PUR). In een buitensituatie verdient het aanbeveling deze vloeren geheel te verwijderen, omdat men rekening dient te houden met het feit dat het verouderingsproces en uitdroging van de bitumenvloer na het aanbrengen van een afwerkingssysteem doorgaat. Craquelévorming van de afwerking en daarna onthechting van het totale afwerkingssyteem kunnen dan het gevolg zijn. Voorwaarde voor het behandelen van de vloer is dat deze thermoplastische vloer niet te sterk is gedeformeerd. Deformatie kan door de geringe druksterkte van de gietasfaltvloer gemakkelijk plaatsvinden, vooral bij een geconcentreerde belasting (puntbelasting). In verband daarmee dient de aan te brengen vloercompound ook enigszins elastisch zijn. De vloer dient gecontroleerd te worden op hechting en losse delen. Het reinigen van de bitumineuze ondergrond kan het beste geschieden met water waaraan 10% Teepol is toegevoegd. Grondig naspoelen met schoon water en de ondergrond goed laten drogen. In geen geval organische
oplosmiddelen zoals tolueen e.d. gebruiken voor het reinigen van asfalt, omdat zij de bitumineuze laag aantasten. In bepaalde gevallen kan het noodzakelijk zijn om de bitumineuze ondergrond te frezen of aan te stralen.
7. Kunststofvloeren
Vloeren, die reeds van een kunststofafwerking zijn voorzien, kunnen na de juiste behandeling met een nieuwe kunststoflaag worden behandeld. Deze voorbehandeling bestaat uit het grondig reinigen en ontvetten van de vloer mechanisch voorbehandelen (stofvrij diamantschuren) om een goede hechting te verkrijgen. Waar nodig kunnen reparaties worden uitgevoerd met een epoxymortel.
8. Geplakte vloeren (marmoluem en linolium)
Geplakte vloeren kunnen bijna niet met een kunststofvloer worden afgewerkt. Als om technische redenen toch een kunststofvloerafwerking gewenst is, dient men de plakvloer volledig te verwijderen, waarbij er op gelet moet worden, dat er geen resten van plak- of egalisatiemiddel op het oppervlak achterblijven.
Voorbereiding van de ondergrond bij Decopox-vloersystemen en checklist
1) Mogelijke types ondergronden
Alle horizontale ondergronden, zoals beton en andere cementgebonden systemen, tegels en vormvaste vloeren van hout.
De ondergrond moet bezemschoon, droog, olie- en vetvrij zijn. Sterk bevuilde ondergronden moeten eerst chemisch gereinigd worden.
Indien de ondergrond niet of onvoldoende gereinigd is, kan men niet verdergaan met de voorbereidende werken. Indien dit mogelijk is zal ons personeel dan tegen een meerprijs deze reiniging uitvoeren. Dit kan een verlenging van de benodigde werktijd met zich meebrengen.
2) Checklist
a) Nieuwe beton en andere cementgebonden systemen
Nieuw gestort beton heeft de neiging om te krimpen als het droogt. Om dit te voorkomen adviseren wij u door de aannemer een krimpnet van ø 6-150 mm (ijzer-diameter 6 mm en mazen 150 x 150 mm) aan te laten brengen tussen de betonplaten en de zand/cementdekvloer. Let erop dat het krimpnet minimaal 2 cm hoog ligt t.o.v. de betonplaten. Let hierop tijdens de bouw!!!Eventueel Inslijpen en afschuinen of dubbel inslijpen langs goten en putjes cm een goede en waterdichte aansluiting en verankering van de Decopox vloer te bekomen (indien nodig). Schuren en voorbewerken van de vloerEr mag maximaal 2,5 % vochtgehalte aanwezig zijn in de ondergrond. Het vochtgehalte wordt eventueel bepaald met de Calciumcarbidetest. De ondergrond moet voldoende weerstand hebben voor de te verwachten belastingen. (min. D30)
b) Bestaande beton en andere cementgebonden systemen
Alle loszittende bestanddelen verwijderen tot op een harde, vaste ondergrond. Inslijpen en afschuinen of dubbel inslijpen langs goten en putjes om een goede en waterdichte aansluiting en verankering van de Decopox vloer te bekomen (indien nodig). Inslijpen en afschuinen of dubbel inslijpen indien de Decopox vloer aansluit op bestaande vloeren. Vergroting van de specifieke oppervlakte d.m.v. mechanische of chemische bewerking (kogelstralen, mechanisch frezen of schuren, of chemisch etsen al naargelang de mogelijkheden). Er mag maximaal 2,5% vochtgehalte aanwezig zijn in de ondergrond. Het vochtgehalte wordt eventueel bepaald met de Calciumcarbidetest.
c) Bestaande tegelvloeren
Alle loszittende tegels weghakken tot op een harde, vaste ondergrond. Inslijpen en/of weghakken langs goten en putjes om een goede en waterdichte aansluiting en verankering van de Decopox vloer te verkrijgen (indien nodig). Inslijpen en/of weghakken indien de Decopox vloer aansluit op bestaande vloeren. Vergroting van de specifieke oppervlakte d.m.v. mechanische of chemische bewerking (kogelstralen, mechanisch frezen of schuren, of chemisch etsen al naargelang de mogelijkheden).
d) Houten vloeren
Planken vloeren moeten overspannen worden met 18 mm watervast verlijmd plaatmateriaal, doorschroefd op 25 x 25 cm raster. De platen worden volgens het tandgroef principe onderling verbonden. Aanbrengen van een gewapend vlies. Bij houtconstructies (balkenplaten) is de plaatdikte afhankelijk van de overspanning. De platen worden onderling verbonden boven de steunpunten volgens het tandgroef principe.
Checklist
Vóór aanvang:
- ondergrond is voldoende droog (maximaal 2,5 % vocht in de ondervloer)
- ondergrond mag niet warmer zijn als 25°C
- ruimte is volledig ontruimd
- ruimte is bezemschoon
- ruimte is wind en waterdicht
- eventuele vloerverwarming is uitgeschakeld
- beschadigingen binnen 30 dagen voor aanvang door Decopox laten repareren
- eventuele vetvlekken vooraf melden
- voegen voor bouwuitzetting mogen door de ondervloer niet bedekt worden en dienen vooraf gemaakt te worden of worden door ons tegen een afzonderlijke prijs gemaakt. Bestaande voegen dienen aan ons gemeld te worden.
- Afval ten gevolge van afbraakwerken e.a. inherent aan de voorbereiding van de ondergrond, zullen ter plaatse afgevoerd kunnen worden en dit ten laste van de opdrachtgever.
Tijdens applicatie:
- omgevingstemperatuur van minimaal 15°C en maximaal 25°C
- luchtvochtigheid maximaal 80%
- geen andere werkzaamheden
- werkende stroomvoorziening (220V)
- er is voldoende verlichting
- de vloer is goed bereikbaar
- mag niemand, behalve Decopox medewerkers, de vloer betreden.
Na applicatie:
- eerste 12 uur ruimte niet betreden of bekijken (in verband met stof)
- bij 20°C na 20 uur beloopbaar
- eerste 72 uur niet bevochtigen
- na 7 dagen volledig chemisch resistent
Het niet of onjuist aan Decopox verschaffen van de op deze pagina genoemde checklist en aanbevelingen kan leiden tot een onvolledige of foute voorbereiding en applicatie van de vloer. Indien geen gegevens werden verschaft, dan mogen wij aannemen dat de vloer voldoet aan onze voorwaarden. Schade als gevolg van het niet tijdig vermelden van genoemde punten valt buiten de garantievoorwaarden en kunnen geen aanleiding geven tot schadevergoeding
Algemeen
Sinds december 1995 geldt voor elk bedrijf dat voedingsmiddelen bereidt, verwerkt, behandelt, verpakt, vervoert, opslaat of verhandelt de verplichting heeft het eigen voortbrengingsproces dusdanig onder controle te brengen dat de veiligheid van de producten is gewaarborgd.
Dit borgingssysteem moet gebaseerd worden op de beginselen van HACCP, Hazard Analysis Critical Control Points.
Hazard
Hazard staat voor een mogelijk gevaar of risico dat in voedsel aanwezig zou kunnen zijn en mogelijk schadelijke gevolgen kan hebben voor de consument. b.v. bacteriën, virussen schimmels, hout, steentjes, glas, bestrijdingsmiddelen etc.
Analysis
Analysis staat voor het analyseren van de mogelijke Hazards in de proceslijn.
Critical Control Point
Na de analyse worden er in het proces specifieke punten (Critical Control Points) aangeduid welke gecontroleerd en beheerst moeten worden.
HACCP betekent voor bedrijven dat ze zelf aangeven waar en in welke fase van hun voorbrengingsproces er gevaren voor de gezondheid van de consument zou kunnen ontstaan. Vervolgens moet men een borgingssysteem opzetten zodanig dat de geïdentificeerde risico’s beheerst worden. HACCP betekent feitelijk een procescontrole en beheersing van gezondheidsrisico’s. Of uw HACCP systeem zal leiden tot het gewenste product, zal beoordeeld worden door de IGB/KvW (Inspectie Gezondheidsbescherming/Keuringsdienst van Waren) of de RVV (Rijksdienst voor de keuring van Vlees en Vee). In België wordt dit gedaan door het Ministerie van Volksgezondheid of door de algemene eetwaren inspectie.
HACCP en vloeren
In artikel 14 van de Warenwet staat dat vloeroppervlakten in bedrijfsruimten:
in goede staat moeten verkerengoed reinigbaar moeten zijngoed desinfecteerbaar moeten zijn
Bijna alle kunststofvloer systemen van Decopox sluiten hier prima op aan. Onze kunststofvloer systemen zijn namelijk naadloos, vloeistofdicht, vlak, slag,-stoot en slijtvast. Bij de keuze van een geschikt vloersysteem, wijzen wij u op de functionele facetten. Wij weten als geen ander hoe essentieel het is dat er een duidelijke compromis moet zijn tussen de “beloopbaarheid”(Arbo), en “reinigbaarheid”(hygiëne).
Voor het afwerken van vloeren in de levensmiddelenindustrie wordt door ons veelvuldig de Decopox troffelvloer industrieel toegepast. Dit vloersysteem is dankzij zijn dicht structuur en sterke ondoordringbaarheid voor oliën en vetten, bijzonder geschikt voor bovengenoemde toepassing. Tevens vindt er geen aanhechting plaats van schimmels en bacteriën.
Dankzij zijn zeer dichte oppervlakte structuur wordt deze in de praktijk als een zeer gemakkelijk reinigbare vloerafwerking ervaren. Door de speciale transparante matte toplaag is de vloer onder productie omstandigheden makkelijk beloopbaar.
Indien gewenst wordt een Decopox troffelvloer naadloos aangebracht tegen wanden, kolommen en andere moeilijk reinigbare aansluitingen. Zodat een naadloze, gemakkelijk reinigbare verbinding ontstaat tussen vloer en wand. De plinten worden aangebracht in een standaard hoogte van 70 mm en afgewerkt met holle ronde hoek.
Onderhoud
Bij beschadiging van Decopox kunststofvloer systemen, zijn deze snel en naadloos te repareren. Om uzelf te verzekeren van regelmatige controle van de vloer op voorgenoemde eigenschappen, kunt u een onderhoudscontract afsluiten.Want bij een vloer hoort een stukje zorg; slijtage en beschadigingen dienen in een vroeg stadium te worden onderkend en te worden gerepareerd. Als specialist op het gebied van vloer afwerkingen neemt Decopox die zorg graag van u over.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
WAT IS BRC?
BRC staat voor Britisch Retail Consortium. Dit is een organisatie vergelijkbaar met het Centraal Bureau Levensmiddelen in Nederland. Deze Britse organisatie heeft richtlijnen opgesteld waaraan een levensmiddelenproducent moet voldoen om aan de grote Engelse supermarkten te mogen leveren. Deze regels gaan verder dan alleen een HACCP plan. Er zijn uitgebreide GMP-regels. Bijvoorbeeld voor omgeving van de fabriek, eisen omtrent organisatie en communicatie. Het verschil tussen BRC en HACCP-certificering is overigens kleiner geworden sinds de nieuwe eisen voor HACCP bekend zijn.
Indien uw bedrijf een HACCP en/of ISO certificaat heeft, is het gat dus kleiner. Een aantal zaken zoals: registratie van trainingen, uitvoeren van interne audits, documentenbeheer heb je dan al geregeld. De BRC norm is opgesteld omdat alle supermarkten andere eisen stellen aan leveranciers. Als producent van levensmiddelen ben je ook veel tijd kwijt door audits van klanten. Een bedrijf kan ook een BRC-certificaat halen. Dit wordt door een onafhankelijke instantie geaudit en afgegeven. Er zijn twee niveau's: één voor 'beginners' en één voor 'gevorderden'. In het algemeen is het gebruikelijk te streven naar het hoogste hygiëne niveau. Maar je kunt gewoon beginnen met het Foundation Level en op den duur naar het gevorderden niveau overstappen.
TOEGEVOEGDE WAARDE?
Het idee achter de BRC norm is deze audit verder te standaardiseren zodat er minder audits komen en de klant nog meer inzicht krijgt in het verzekeren van de voedselveiligheid. Het certificaat geeft een bewijs hiervan. Daarnaast wordt deze norm ook in Nederland de nieuwe standaard. Naast de buitenlandse supermarkten stellen ook grote supermarktketens in Nederland, zoals Albert Heijn, de BRC normering als eis. BRC lijkt steeds meer de norm te worden. Veel bedrijven zullen uiteindelijk overstappen van HACCP certificering naar BRC certificering. Dit is onder meer omdat klanten dit steeds vaker eisen. Maar ook omdat de BRC norm een betere internationale bekendheid heeft, dan het HACCP certificaat. Als u levert aan grote supermarkten, of wil gaan leveren aan deze ketens zult u ongetwijfeld snel met de vraag: Heeft u BRC in aanraking komen!
GEEN LEVERANCIER SUPERMARKT?
Hoewel BRC niet ontworpen is voor bedrijven die niet rechtstreeks leveren aan supermarkten, zie je toch een verschuiving in de markt. Bedrijven die BRC hebben, beginnen hun leveranciers ook vragen te stellen over BRC. De verwachting is dat deze trend zeker zal doorzetten.
U hoeft hier natuurlijk niet in mee de te gaan. Maar het is ver verstandig dat u op de hoogte bent van de eisen van een BRC systeem en deze zoveel mogelijk in te voeren in uw organisatie. Ook zonder certificaat bent u dan minimaal een gesprekspartner. Mocht u toch besluiten tot certificering? Dan is het niet meer zo'n zware dobber.
Binnen onze historie van bijna 10 jaar vormen onze kunststofvloeren in vele bedrijven het paradepaardje. Voor iedere ruimte in uw bedrijf hebben wij een passende oplossing. Van entree tot produktiehal, van kantine tot toilet. Daarnaast vormen onze kunststofvloersystemen in talrijke branches het stevige fundament waarop de productieprocessen plaatsvinden: detailhandel, metaalnijverheid, chemische en grafische industrie, bakkerij, horeca, automobielsector etc.
Het bepalen van de vloer in uw bedrijf is geen gemakkelijke keuze. Vaak vraagt dit een aanzienlijke investering. Serieuze aandacht bij de aanschaf van uw vloer is daarom erg belangrijk. Wij hechten veel waarde aan persoonlijk contact met u, zodat wij een op uw specifieke bedrijfsituatie toegesneden advies kunnen geven. Omdat de bedrijfsituatie telkens weer anders is, maken wij altijd eerst een grondige inventarisatie van uw wensen en eisen. Alleen dan kunt u immers een goed onderbouwd advies verwachten.
Door uw wensen en eisen als uitgangspunt te nemen en deze zorgvuldig te combineren met onze deskundigheid en praktijkervaring komen wij iedere keer weer tot een perfect eindresultaat.
Decopox verzorgt het totale uitvoeringsproces van uw vloer, van advisering tot aan de productie, applicatie en service. Niets laten we aan het toeval over en dragen zorg voor een optimaal eindresultaat. Wij leveren vloeren tegen een zeer aantrekkelijke prijs en werken uitsluitend met de beste materialen en vakmensen.
Onze jarenlange ervaring, betrokkenheid, innovativiteit, betrouwbaarheid en onze gedegen service zijn slechts een paar belangrijke redenen waarom steeds meer mensen heel bewust een keuze maken voor een Decopox kwalititeitsvloer
Plan Bodembeschermende Voorzieningen
In het kader van het Plan Bodembeschermende Voorzieningen worden bedrijven waar risico bestaat dat morsvloeistoffen de bodem kunnen verontreinigen, door de overheid verplicht gesteld om over vloeistofdichte voorzieningen te beschikken. Om aan te kunnen tonen dat een voorzieningen als vloeistofdicht aangemerkt wordt, dient u een PBV-Verklaring Vloeistofdichte Voorzieningen te kunnen overleggen.
CUR/PBV-Aanbeveling 44
De CUR/PBV-Aanbeveling 44 bevat regels en eisen om te beoordelen of een bodembeschermende voorziening als vloeistofdicht aangemerkt kan worden. De Aanbeveling wordt gebruikt in het verlengde van de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten (NRB) en sluit aan bij een aantal besluiten, vastgelegd in de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) op basis van artikel 8.40 van de Wet Milieubeheer. Het doel van de Aanbeveling is om optimale bescherming van de bodem tegen verontreinigende stoffen te waarborgen. Als uw voorzieningen voldoen aan het gestelde in de CUR/PBV-Aanbeveling 44 ontvangt u de PBV-Verklaring Vloeistofdichte Voorziening. Vloeren, verhardingen, wanden, bedrijfsrioleringen en lekbakken worden in de Aanbeveling als voorzieningen beschouwd die bij een aantal bedrijfsmatige activiteiten, vastgelegd in de NRB, als vloeistofdicht aangemerkt moeten worden. Bedrijven waar risico bestaat dat morsvloeistoffen de bodem kunnen verontreinigen zijn onder andere tankstations, garagebedrijven, autowasplaatsen, zwembaden, gemeentewerven, laad- en losplaatsen, autodemontage bedrijven, metaalverwerkende bedrijven en slachterijen.
De procedure
Het Bevoegd Gezag (gemeente en/of provincie) stelt vast of uw bedrijf activiteiten uitoefent die een risico op bodemverontreiniging met zich meebrengen. Als dit het geval is, laat u uw vloeren inspecteren door een onafhankelijk deskundig inspectiebureau. Bij beoordeling worden de volgende kenmerken van de voorziening geïnspecteerd:
- Materiaaltoepassing en gebreken;- Vlekken en indringing verontreinigingen;- Doorvoeren en bevestigingspunten;- Bestandheid tegen chemicaliën;- Afschot en vloeistofkeringen;- De beschermlaag;- De voegvullingsmassa en afdichtingprofielen.- Indien van toepassing ook de goten, kolken en het rioleringsstelsel
Als uit de inspectie blijkt dat – een deel van – uw voorzieningen niet voldoen aan de voorwaarden die in de CUR/PBV-Aanbeveling 44 zijn omschreven, wordt de voorziening als niet vloeistofdicht aangemerkt. Om toch in aanmerking te komen voor een PBV-Verklaring kunt u uw voorzieningen laten aanpassen of herstellen. Het advies is om dit uit te laten voeren door een gecertificeerde aannemer omdat de termijnen voor herkeuring dan twee jaar langer zijn.
PBV-Verklaring
Als tijdens de inspectie blijkt dat uw voorzieningen aangemerkt kunnen worden als vloeistofdicht ontvangt u de PBV-Verklaring Vloeistofdichte Voorziening.
Technieken
Afhankelijk van uw bedrijfsactiviteiten en de staat van de reeds bestaande voorzieningen, zijn er diverse technieken waarmee uw voorzieningen vloeistofdicht gemaakt kunnen worden. In enkele gevallen waar een niet poreuze betonvloer aanwezig is die geen gebreken vertoont, kan volstaan worden met het vloeistofdicht coaten van de vloer en het aanbrengen van een vloeistofbestendige twee-componenten voegmassa in de voegen. In gevallen waar niet met een coating volstaan kan worden moet er een nieuwe vloer aangelegd worden met een vloeistofdichte betonverharding.
Olie- en benzineafscheider
Afhankelijk van uw bedrijfsactiviteiten en de mate waarin risico op bodemverontreiniging aanwezig is, moet er een oliebenzine afscheider geplaatst worden. Bodem-verontreinigende vloeistoffen worden dan via goten of kolken naar een slibvangput geleid waar slibdeeltjes opgevangen worden. De resterende vloeistoffen gaan naar de oliebenzine afscheider waar olie achterblijft omdat de dichtheid van olie kleiner is dan die van water. Het water komt vervolgens terecht in de riolering. Hierdoor wordt optimale bescherming van de bodem gewaarborgd.
Onderhoud
Omdat vloeistofdichte voorzieningen vaak een hoge belasting kennen is het niet altijd mogelijk om beschadigingen te voorkomen. Wij kunnen u een servicecontract aanbieden waardoor u verzekerd bent van regelmatige inspectie en onderhoud aan uw voorzieningen door daarvoor gespecialiseerde mensen.
Wil jij reseller worden van een webshop(s) en een leuke bijverdiensten hebben?
Dit is mogelijk bij i-Scope, plaats vandaag nog je favoriete webshop(s) in je eigen website, andere websites en sociale media! Iedereen kan Reseller worden er zijn geen restricties!
Voordat je Reseller kunt worden is het noodzakelijk om jezelf te registreren!
Voordelen voor een Reseller:
Producten of diensten bestellen vanuit je eigen winkel? Plaats je favoriete webshop in je sociale media en koop al je producten direct vanuit je eigen winkel en ontvang zo hoge kortingen!
| Afmetingen Speler (px of %) | x | |
| Achtergrond | ||
| Achtergrond kleur | # | |
| Tekst Kleur | # | |
| Achtergrond navigatie | # | |
| Kleur navigatie | # | |
| Navigatie transparantcy (0-100) | % | |
| Tekst schaduw | ||
| Slideshow | ||
| Miniatuur weergave | ||
| Toon contact | ||
| Taal |
| Toegevoegd: | 26-sep-2011 12:26 |
| Laatst aangepast: | 26-sep-2011 12:26 |
| Foto’s: | 18 |
| Video’s: | 0 |
| Geluid: | 0 |
| Bekeken: | 37 |
| Kies een taal: | English • Nederlands |
| i-Scope | Home • Help • Meest gestelde vragen • Gebruikersvoorwaarden • Contact |
| Links | Presentatiewand • Beurswand • Webshop |
|
Copyright © 2008-2010 Home at World B.V. Alle rechten voorbehouden.
|
|

