Voorstellen voor de komende vier jaar
1. Nederland wereldland
Maak verschil met solidaire politiek
1. Realisatie van minimaal de millenniumdoelen voor 2015 heeft de hoogste prioriteit.
2. Nederland oefent maximale druk uit op rijke landen zodat zij zich gaan houden aan de
internationale afspraak om minimaal 0,7 procent van het BNP aan ontwikkelingssamenwerking
te besteden.
3. Nederland geeft zelf het goede voorbeeld: 1,5 procent van het BNP wordt besteed aan de
aanpak van mondiale problemen, waarvan 1,0 procent wordt ingezet voor het behalen van de
millenniumdoelen en minstens 0,1 procent voor sociaal verantwoorde milieuprogramma's in
ontwikkelingslanden. Daarnaast zal de coherentie van beleid tussen verschillende ministeries
vergroot worden.
4. Nederland zet zich in voor snelle kwijtschelding van schulden van ontwikkelingslanden. De
dan vrijkomende gelden worden gebruikt voor armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling.
5. Eerlijke handel ten gunste van arme landen komt voorop te staan. Arme landen krijgen de
mogelijkheid om de eigen markt te beschermen. Nederland zet zich in om de regels van de
wereldhandel aan te passen: de import van producten en diensten die grote mens- en
milieuschade toebrengen wordt verboden. Er komen bindende regels voor maatschappelijk
verantwoord ondernemen. Institutionele beleggers moeten openheid van zaken geven over
hun beleggingen.
6. Vooruitlopend op internationale afspraken stelt Nederland bindende regels voor
maatschappelijk verantwoord ondernemen en voor sociale- en milieuverslaglegging. Er komen
fiscale stimuleringsmaatregelen voor koplopers bij eerlijke handel en milieu.
7. Nederland en Europa maken zich sterk voor de democratisering van IMF en Wereldbank,
zodat de invloed van ontwikkelingslanden groter wordt ten koste van Europa en de Verenigde
Staten.
8. Ontwikkelingslanden hebben de zeggenschap en verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen
van hun land. Voor effectievere ontwikkelingssamenwerking kiest Nederland minder voor
projecthulp en meer voor directe algemene financiële steun. Over de gerichte keuze van
samenwerkingslanden worden afspraken gemaakt met landen in Europa. In landen die geen
goed bestuur hebben, steunt Nederland vooral lokale maatschappelijke organisaties met
financiering. Via de Europese Unie wordt diplomatieke, politieke en economische druk
uitgeoefend op deze regimes.
9. Mensenrechten gelden altijd en overal en zijn onafhankelijk van ‘cultuurgebonden’
interpretaties. Nederland zal een actief beleid voeren om mensenrechtenverdragen te
handhaven via diplomatieke druk en economische maatregelen. Handelsbelangen gaan nooit
boven rechten van mens en milieu. Arme landen mogen basale diensten als water beschermen
en (aids)medicijnen moeten toegankelijk zijn.
10. Mensenhandel, met name vrouwenhandel, moet worden bestreden. Dat doen we onder
meer via bestaande internationale netwerken. Slachtoffers van vrouwenhandel en
kinderprostitutie krijgen toegang tot beschermingsprogramma’s en verblijfsvergunningen.
11. De Nederlandse overheid draagt onze verworvenheden op het gebied van emancipatie van
homo's, lesbo's, biseksuelen en transgenders actief en trots uit.
12. Nederland bevordert dat alle landen het verdrag van het Internationaal Strafhof ratificeren
en hun volledige medewerking verlenen aan het Strafhof. Nederland zal vooral druk uitoefenen
op de Verenigde Staten. Het hof krijgt een permanent opsporingsteam. Schenders van
mensenrechten en veroorzakers van genocide worden overal aangepakt, ook als de misdaden
in het verleden zijn gepleegd.
Een sociaal en groen Europa
13. Nederland ijvert voor de totstandkoming van een nieuw verdrag dat de Europese Unie
19
democratischer, selectiever en slagvaardiger maakt. Daartoe wordt een nieuwe Europese
Conventie samengesteld. Over het nieuwe verdrag wordt een referendum gehouden, bij
voorkeur Europabreed.
14. De positie van het Europees Parlement wordt versterkt. Er komt meer directe democratie
door referenda en het burgerinitiatief. Alle wetgevende vergaderingen van de raad van
ministers zijn openbaar. Vergaderingen in Straatsburg worden afgeschaft.
15. Er moet een heldere afbakening van bevoegdheden tussen de Europese Unie en nationale
staten komen. Dit waarborgt ondermeer nationaal zeggenschap over softdrugs, prostitutie,
euthanasie, 'homohuwelijk' en publieke voorzieningen. De Europese Unie beperkt zich tot
wetgeving op terreinen die grensoverschrijdend zijn of niet op nationaal niveau kunnen worden
geregeld. Op deze Europese onderwerpen wordt het vetorecht van de Raad van Ministers
teruggedrongen.
16. Rekening houdend met welvaartsverschillen tussen lidstaten, wordt een Europees
bestaansminimum vastgelegd om sociale dumping tegen te gaan. Verdere organisatie van
sociale zekerheid blijft nationaal.
17. Ter vervanging van de contributie uit de nationale schatkisten gaat de Europese Unie zelf
belasting heffen op bedrijfswinsten en milieuvervuiling. Het landbouwbeleid wordt hervormd
om duurzame landbouw en natuur- en landschapsbeheer te ondersteunen in plaats van de
export. Een groene Europese economie vraagt meer investeringen in milieu, kennis en
innovatie.
18. De Europese Unie houdt zich aan de belofte dat Turkije en de landen van de westelijke
Balkan mogen toetreden als zij aan de toelatingseisen voldoen.
Een veilige wereld
19. Het voorkomen van (gewapende) conflicten en de bevordering van veiligheid vergt meer
politieke en financiële aandacht. Een regionale aanpak is hiervoor het uitgangspunt waarbij
nationale staten, internationale en maatschappelijke organisaties en burgers nauw moeten
samenwerken. De Europese Unie krijgt een eigen minister van Buitenlandse Zaken. De
Verenigde Naties en regionale organisaties, zoals de OVSE en de Afrikaanse Unie, moeten
meer mogelijkheden krijgen om potentiële conflicten sneller te deëscaleren.
20. Nederland stopt de steun aan de Amerikaanse geweldspolitiek tegen Irak en Afghanistan
en werkt niet mee aan nieuw geweld tegen Iran en Syrië. Nederland zet zich in voor
mensenrechten en democratisering in deze landen.
21. De Nederlandse krijgsmacht wordt omgevormd tot een vredesmacht gericht op het
bevorderen van veiligheid en neemt uitsluitend deel aan internationale conflictbeheersing,
conflictpreventie, vredesafdwinging en vredesbewaring. Nederland steunt de vorming van een
Europese vredesmacht waardoor de Europese Unie een sterkere internationale positie krijgt en
minder afhankelijk is van de Verenigde Staten. Zolang de NAVO bestaat, wordt haar rol bij
vredesoperaties erkend. Het NAVO-lidmaatschap mag geen belemmering vormen voor
verdergaande militaire integratie in Europees verband. Nederland stopt met participatie in de
ontwikkeling van het gevechtsvliegtuig JSF.
22. Militair ingrijpen als laatste redmiddel voor het stoppen of voorkomen van genocide of
ernstige mensenrechtenschendingen wordt uitsluitend gelegitimeerd door een mandaat van of
toetsing door de Verenigde Naties en ontziet burgerdoelen. Interventie gebeurt alleen met een
plan voor wederopbouw.
23. De wapenhandel wordt strikt gereguleerd en illegale wapenhandel bestreden. Nederland
streeft in internationaal verband naar een verbod op wapens die disproportioneel schade
toebrengen aan de bevolking zoals landmijnen, clusterbommen, nucleaire, chemische,
bacteriologische en massavernietigingswapens. De Nederlandse wapenproductie wordt
afgebouwd en de doorvoer van wapens wordt verboden. Kernwapens op ons grondgebied
worden ontmanteld. Nederland spant zich in om het Non-Proliferatie Verdrag nieuw leven in te
blazen. Dit moet ook van toepassing zijn op landen die door de VS als bondgenoten worden
beschouwd.
24. Nederland steunt en neemt het initiatief voor wederopbouwprogramma’s in landen die uit
een (burger)oorlog komen, zoals het opruimen van landmijnen, het bieden van nieuwe kansen
aan kindsoldaten en het herstellen van ontstane milieuschade.
25. Vooral het voorkomen van terrorisme is belangrijk: dat doen we door de voedingsbodem
20
voor radicalisering zoveel mogelijk weg te nemen. Bestrijden van terrorisme gebeurt door
(inter)nationale politie- en inlichtingendiensten onder het (inter)nationale recht. In het uiterste
geval, bij concrete aanwijzigingen van terrorismenetwerken in falende staten en bij dreiging
van grootschalige terroristische aanslagen, kan militair worden ingegrepen. Dit wordt vooraf
goedgekeurd door de Verenigde Naties. Interventie gebeurt alleen met een plan voor
wederopbouw.
26. Nederland zet zich maximaal in voor de totstandkoming van een levensvatbare
democratische Palestijnse staat overeenkomstig VN-resoluties. Europa zet druk op Israël om
alle bezette gebieden te ontruimen. Nederland spant zich ervoor in, ondermeer door sancties,
dat de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof over het afbreken van de muur en het
ontmantelen van de nederzettingen, in zijn geheel wordt uitgevoerd. Tevens wordt druk
uitgeoefend op de aanwezige radicale partijen om zowel Israël als Palestina te erkennen.
Soevereiniteit van beide staten is een voorwaarde voor een blijvend vredesproces.
27. Bij vredesmissies van de Verenigde Naties wordt de rol van vrouwen versterkt (conform
Veiligheidsraadresolutie 1325) en er komt meer aandacht voor de effecten van conflicten en
vredesoperaties op vrouwen. Dit wordt topprioriteit binnen Defensie en zal door Nederland
gepromoot worden binnen de NAVO. Nederland heeft speciale aandacht voor situaties waarin
vrouwen worden onderdrukt en misbruikt en zet die op de internationale agenda.
Natuurlijk migreren mensen
28. Asielzoekers zijn verzekerd van een snelle asielprocedure, maar zorgvuldigheid vraagt
erom dat zij zonder grote tijdsdruk gehoord worden over de redenen van het asielverzoek. Zij
worden in staat gesteld in elke fase van de asielprocedure nieuwe feiten en omstandigheden in
te brengen. Dat geldt bijvoorbeeld voor homo's of mensen met een specifieke religieuze
achtergrond die niet veilig kunnen terugkeren in het land van herkomst. Betere Europese
afspraken moeten de naleving van het VN-Vluchtelingenverdrag waarborgen. Asielzoekers
mogen niet worden afgeschoven naar landen buiten de Europese Unie. De beoordeling of een
land veilig is, moet objectief zijn (niet alleen informatie van ambassades, maar ook van
mensenrechtenorganisaties). Als na drie jaar nog geen definitieve beslissing op het
asielverzoek is genomen, wordt een verblijfsvergunning toegekend.
29. Asielzoekerscentra worden kleinschalig met voldoende privacy. Asielzoekers mogen leren
en werken zolang ze in Nederland zijn. Met name asielzoekers met kinderen hoeven niet
steeds te verhuizen.
30. Voor de 26.000 asielzoekers uit de oude asielwet komt er alsnog een generaal pardon. Dit
geldt ook voor de slachtoffers van de Schipholbrand. Zij krijgen een verblijfsvergunning, tenzij
ze strafrechtelijk zijn veroordeeld voor ernstige misdrijven.
31. Veilige terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers wordt afgedwongen door met
herkomstlanden terugkeerovereenkomsten af te sluiten. Als veilige terugkeer niet mogelijk is,
worden mensen niet op straat gezet, maar krijgen ze een verblijfsvergunning.
Uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen mogen alleen onder strikte voorwaarden en voor
een zeer beperkte duur in bewaring worden genomen. De omstandigheden in de gesloten
opvang zijn veilig en humaan. Kinderen worden niet in de gevangenis geplaatst.
Noodvoorzieningen zoals tijdelijke cellencomplexen en bajesboten zijn uit den boze en worden
zo snel mogelijk gesloten. Voor vreemdelingen die zich niet kunnen verzekeren is medische
zorg beschikbaar.
32. Arbeidsmigratie naar Nederland wordt bij voorkeur Europees geregeld. Rekening houdend
met de belangen van ontwikkelingslanden, wordt er voor arbeidsmigranten van buiten de
Europese Unie sneller een tijdelijke arbeidsvergunning verstrekt bij onvoldoende Nederlands
(of Europees) arbeidsaanbod. Er komt een regeling die illegalen die lang hier zijn, legaliseert,
bij voorkeur in Europees verband. Per 1 januari 2007 krijgen de inwoners van de landen die in
2004 zijn toegetreden tot de Europese Unie vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt.
Het toezicht op arbeidsvoorwaarden en huisvesting wordt verder aangescherpt.
33. De inkomenseis voor huwelijksmigratie wordt afgeschaft. Als je allebei ten minste achttien
jaar bent, mag je partner naar Nederland migreren. De verplichte inburgering in het buitenland
wordt afgeschaft en de leges verlaagd. De toegelaten partner moet deelnemen aan een
inburgeringstraject in Nederland dat hem of haar kansrijk maakt om te participeren in de
samenleving. Partners kunnen na één jaar afhankelijk verblijfsrecht een zelfstandig permanent
21
verblijfsrecht krijgen of eerder als er sprake is van fysiek of psychisch geweld, seksueel
misbruik of overlijden van de partner. Het niet behalen van de inburgeringstoets mag het
verlenen van de zelfstandige verblijfsvergunning niet in de weg staan.
2. Een vrijzinnig land
Streven naar emancipatie, uitsluiting en discriminatie bestrijden
1. De overheid bevordert dat ook in eigen land de Universele Verklaring van de Rechten van de
Mens volledig wordt toegepast. Een onafhankelijke instantie toetst in hoeverre deze echt
inhoud krijgen.
2. Vrijwaring van discriminatie is essentieel voor persoonlijke ontplooiing. De wetgeving voor
gelijke behandeling wordt verbeterd. In artikel 1 van de grondwet wordt expliciet gemaakt dat
ook discriminatie op grond van homoseksualiteit, leeftijd en handicap niet geaccepteerd wordt.
De Commissie Gelijke Behandeling krijgt de bevoegdheid bestuurlijke boetes op te leggen bij
ernstige overtredingen. Overheidsbeleid moet voortaan voldoen aan de normen voor gelijke
behandeling en kan door de Commissie Gelijke Behandeling aan de wet worden getoetst. De
Wet Gelijke Behandeling wordt verbeterd zodat iedereen, ook op grond van leeftijd, handicap
en homoseksualiteit, volwaardige bescherming geniet.
3. Gemeenten verlenen geen subsidies en vergunningen en sluiten desnoods publieke
gelegenheden als er gediscrimineerd wordt. De arbeidsinspectie gaat strenger optreden tegen
discriminatie op de arbeidsmarkt. CAO’s worden alleen algemeen verbindend verklaard als
concrete doelen en inspanningen worden vastgesteld voor evenredige arbeidsdeelname en
diversiteitsbeleid. De overheid geeft het goede voorbeeld door anoniem solliciteren toe te
passen en bij overheidsopdrachten voorrang te geven aan maatschappelijk verantwoord
ondernemende bedrijven en organisaties.
4. De ondersteuning van slachtoffers van discriminatie wordt verbeterd. Zij kunnen terecht bij
een professioneel en landelijk dekkend stelsel van bureaus tegen discriminatie. De overheid
stelt hiervoor voldoende middelen beschikbaar.
5. Veelbelovende initiatieven van organisaties die bijdragen aan emancipatie worden
ondersteund. Scholen besteden aandacht aan de vrijheid van partnerkeuze en versterking van
de weerbaarheid van meisjes en homo’s tegen druk vanuit hun omgeving over hun relaties en
seksualiteit. Wij zijn voor een verbod op gedwongen huwelijken.
6. De komende vier jaar wordt het aantal inburgeringscursussen fors uitgebreid. Die zijn
gericht op zelfstandige deelname aan de Nederlandse maatschappij. Bij wachtlijsten krijgen
moeders met jonge kinderen voorrang. Voor oudkomers die afhankelijk zijn van een uitkering
en makkelijk bemiddelbaar zijn voor werk, maar die onvoldoende de Nederlandse taal
beheersen, is deelname verplicht. Inburgeringscursussen moeten aan kwaliteitseisen voldoen.
Er komt geen verplichte deelname aan de Naturalisatiedag.
Samen wonen, samen naar school
7. Alle woonwijken worden toegankelijk voor alle inkomensgroepen. Mensen krijgen meer
keuzevrijheid door gemengd te bouwen voor arm en rijk, kopers en huurders. Dat geldt zowel
voor de op te knappen bestaande wijken als nieuwbouwwijken. De overheid dwingt de
gemengde woningbouw af bij woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars.
8. Lage overheden krijgen de ruimte om harde afspraken te maken met
woningbouwcorporaties over het tegengaan van segregatie. Gemeenten worden verplicht
gemengd te bouwen en te verhuren.
9. Artikel 23 van de grondwet (vrijheid van onderwijs) wordt gemoderniseerd. Bijzondere
scholen zijn verplicht leerlingen te accepteren indien de grondslag van de school wordt
gerespecteerd. Gemeenten krijgen tevens de plicht en de bevoegdheid om met alle scholen
bindende afspraken te maken over het tegengaan van witte en zwarte scholen.
22
3. Zoveel mensen, zoveel talenten
Geen talent blijft onbenut
1. Om alle talenten te benutten krijgt het onderwijs in Nederland een forse financiële impuls.
Het algehele onderwijsniveau van de Nederlandse bevolking wordt verhoogd. Leerlingen
krijgen meer individuele aandacht. Het aantal voortijdige schoolverlaters wordt binnen vier
jaar gehalveerd. Functioneel analfabetisme onder allochtonen en autochtonen in Nederland
wordt met kracht bestreden.
2. Er komen in het hele land voorscholen om achterstanden bij peuters te bestrijden en te
voorkomen. Alle basisscholen worden brede scholen en zijn voortaan open van zeven tot
zeven. De brede school biedt onderwijs, opvang, culturele en sportieve activiteiten. De brede
school werkt samen met centra voor jeugd en gezin om problemen snel en effectief aan te
pakken. Scholen worden gefaciliteerd om (digitaal) pesten tegen te gaan. Het gymnastiek- en
zwemonderwijs moet opnieuw een belangrijke plaats innemen op de basisschool.
3. In het VMBO komt beter praktijkgericht beroepsonderwijs op maat. De doorstroming van
VMBO naar MBO wordt verbeterd. Er komen meer leerlingbegeleiders. Jongeren die dreigen uit
te vallen krijgen een eigen coach of studiebegeleider.
4. Werken in het onderwijs wordt aantrekkelijker gemaakt, zodat de motivatie en de
betrokkenheid van leraren bij leerlingen en leerstof toenemen. De werkdruk wordt verminderd:
leraren geven minder uren les en krijgen betere ondersteuning door klasse-assistenten,
gespecialiseerde vakdocenten en conciërges. Leraren worden beter betaald, vooral de leraren
die onderwijs geven aan veel scholieren met achterstanden of moeilijk lerende jongeren.
5. De bureaucratie in het onderwijs wordt teruggedrongen. Er wordt slechts verantwoording op
hoofdlijnen van prestaties gevraagd. Schaalvergrotingen en fusies in het basis- en middelbaar
onderwijs worden beoordeeld op maatschappelijke wenselijkheid. De kwaliteit van scholen
wordt beter gecontroleerd door de Onderwijsinspectie.
6. Gemeenten krijgen een grotere verantwoordelijkheid voor het basis-, voortgezet, beroepsen
volwassenonderwijs. Zij kunnen dan segregatie, schooluitval, taal- en leerachterstand
effectiever aanpakken. Financiën zijn geen reden de instroom van kinderen in speciaal
onderwijs te beperken. Het regulier onderwijs wordt voor deze opvang beter toegerust.
Scholen, lokaal bestuur en bedrijfsleven zijn verantwoordelijk voor het creëren van voldoende
stageplekken en leerwerk-trajecten.
7. Het wordt het bedrijfsleven onmogelijk gemaakt om via scholen aan jonge
consumentenbinding te doen. In het beroepsonderwijs wordt de band met het bedrijfsleven
juist versterkt. Hier is directe sponsoring van scholen toegestaan, bijvoorbeeld in de vorm van
nieuwe apparatuur.
Dit kennisland kan zoveel beter
8. Het aantal jongeren dat hoger onderwijs volgt moet in de komende jaren sterk toenemen.
De toegankelijkheid van het hoger onderwijs wordt vergroot door hogere studiebeurzen. Die
worden gefinancierd door een inkomensafhankelijke academicibelasting voor afgestudeerden.
Buitenlandse studenten krijgen makkelijker toegang tot ons hoger onderwijs.
9. In het hoger onderwijs worden gevarieerde studiepatronen en flexibele combinaties van
studeren en werken/ondernemen de norm. De kwaliteit van het hoger onderwijs moet omhoog
door instellingen meer ruimte te geven voor een diverser onderwijsaanbod. Maatregelen die de
toegankelijkheid van het hoger onderwijs bedreigen, zoals de mogelijkheid van selectie en
collegegelddifferentiatie, worden teruggedraaid. Buitenlandse studenten krijgen makkelijker
toegang tot ons hoger onderwijs.
10. Er worden met universiteiten afspraken gemaakt over een evenredig personeelsbeleid.
Jongeren, vrouwen en migranten krijgen meer kans op een baan in de wetenschap.
23
4. Het goede leven
Leven met schone lucht
1. In vier jaar neemt het aanbod én gebruik van het openbaar vervoer toe met twintig procent.
Openbaar vervoer, auto en fiets sluiten beter op elkaar aan. Er komen experimenten met
gratis openbaar vervoer. Het openbaar vervoer moet uitstekend toegankelijk zijn voor ouderen
en gehandicapten.
2. De lucht in steden en langs snelwegen wordt fors schoner en het aantal files wordt
verminderd. Vóór 2009 wordt een slimme kilometerheffing ingevoerd. De opbrengsten komen
voor een belangrijk deel ten goede aan het openbaar vervoer. Er komen meer schone,
energiezuinige auto’s, bussen en vrachtwagens door gerichte subsidies en heffingen. Er komen
geen nieuwe grootschalige asfaltprojecten meer, zoals nieuwe snelwegen en wegverbredingen.
3. Het verkeer veroorzaakt minder slachtoffers door handhaving van maximumsnelheid rond
scholen en in woonwijken van dertig km/u of minder, de invoering van verplichte
terugkomdagen voor nieuwe rijbewijshouders en een aanscherping van de alcohol- en
drugscontroles.
4. De overlast en de milieuvervuiling van de luchtvaart worden drastisch verlaagd.
Luchthavens in Nederland worden minder gebruikt voor overstappers. Schoner vliegen wordt
gestimuleerd door Europese en internationale afspraken over CO2-uitstoot. Nederland voert
milieu- en geluidsheffingen op vliegverkeer in. De belastingvrijstelling in de Europese Unie
voor kerosine wordt opgeheven. Er komen harde geluidsnormen voor de directe én wijde
omgeving van Schiphol en andere (regionale) vliegvelden.
5. Er komt een landelijk wandel- en fietsoffensief met de aanleg van 5.000 km extra
wandelpad en 3.000 km fiets- en skeelerpad. Fietsroutes worden veiliger en er komen meer
gratis bewaakte fietsstallingen in de binnensteden.
6. Duisternis is een milieukwaliteit. De lichtuitstoot wordt fors verminderd.
7. Ook in het binnenmilieu moet de lucht schoon zijn. De overheid ziet toe op een gezonde
luchtkwaliteit in gebouwen zoals scholen.
Genieten van het landschap
8. Nederland krijgt voldoende natuur met een rijke dieren- en plantenwereld. Iedereen moet
binnen een half uur kunnen genieten van de natuur. Het lint van natuurgebieden (de
Ecologische Hoofdstructuur) is klaar in 2015 en is goed per openbaar vervoer bereikbaar. In
natuurgebieden als de Noordzee, de Waddenzee, de Biesbosch en De Peel is geen plaats voor
schadelijke economische activiteiten als gasboring en landaanwinning.
9. Nederland wordt voldoende beschermd tegen natte voeten, juist door water de ruimte te
geven. Waterberging biedt nieuwe kansen voor natuur en recreatie. Rivieren worden sterker
verruimd en vaker onderling verbonden. In 2010 is het verdroogde areaal van natuurgebieden
met dertig procent verkleind.
10. Het groen krijgt een grote beurt. Met een Deltaplan voor het landschap worden
kenmerkende cultuurlandschappen door de aanleg van duizenden kilometers nieuwe heggen,
houtwallen en akkerranden in ere hersteld. Er worden dertig Nationale landschappen
beschermd en ontwikkeld. Woonwijken bestaan voor minimaal tien procent uit groen en
speelterreinen voor kinderen, in nieuwbouwwijken is dit vijftien procent.
11. Met voldoende diensten en voorzieningen, en toegankelijk openbaar vervoer wordt het
platteland een prettige plek om te wonen, te werken en te recreëren. Boeren verdienen deels
hun inkomen met de ontwikkeling van (agrarische) natuur, recreatie, dienstverlening en zorg.
Duurzame innovaties op het platteland worden gestimuleerd. Met betrokkenheid van de
plattelandsbevolking worden samenwerkingsverbanden ondersteund. Het Europese
landbouwbeleid wordt hervormd. Exportsubsidies voor landbouwproducten worden onmiddellijk
afgeschaft en handelsverstorende interne Europese landbouwsubsidies worden drastisch
verminderd. Biologische en diervriendelijke landbouw wordt krachtig bevorderd.
12. De verrommeling van het landschap wordt gestopt door bedrijfsterreinen en
woningbouwlocaties in het landschap in te passen. Nieuwe wijken en bedrijventerreinen
worden zoveel mogelijk duurzaam en ecologisch ingericht. Gebouwen worden gebouwd
24
volgens de beste technieken voor duurzaam bouwen. De grote open ruimte van het Groene
Hart mag niet worden aangetast.
13. De economische ontwikkeling van regio's zoals Limburg en het Noorden wordt
gestimuleerd door beleid dat gericht is op meer banen en duurzame ontwikkeling. Er komt een
snelle treinverbinding tussen het Noorden en de Randstad.
Dieren hebben rechten
14. Dieren hebben recht op een goed leven. Dierenrechten worden opgenomen in de Grondwet
en in een nieuw Europees verdrag. Dieren mogen niet onnodig pijn lijden. Veetransporten
worden aan banden gelegd en in duur beperkt. Er komt een verbod op dieronvriendelijke
ingrepen. Voor huisdieren worden de voorschriften aangescherpt. Er komt een verbod op het
houden van nertsen en andere pelsdieren. Beroepsvissers gebruiken methoden waarbij vissen
niet of nauwelijks lijden. De plezierjacht wordt verboden. Er komt meer capaciteit bij politie en
justitie voor het opsporen en straffen van dierenmishandeling en verwaarlozing. Bij herhaalde
en ernstige dierenmishandeling kan iemand een verbod op het houden van dieren worden
opgelegd.
15. Het aantal dierproeven wordt de komende kabinetsperiode in stappen verminderd met
minimaal vijftig procent.
16. In 2015 is de bio-industrie in Nederland verdwenen. Het aandeel biologische landbouw is
dan 25 procent. Landbouwdieren scharrelen weer buiten. Dieren worden ingeënt tegen ziektes
als vogelgriep en MKZ, zodat grootschalig doden achterwege kan blijven. We streven in
Europees verband naar een verbod op de invoer van exotische dieren en het vervaardigen van
foie gras.
17. Het eten van diervriendelijke producten wordt goedkoper. Prijsmaatregelen zorgen voor
een jaarlijkse groei van de consumptie van ecologische producten van twintig procent.
18. Voor genetische modificatie geldt het voorzorgsprincipe om milieu en gezondheid te
beschermen. Er komt een duidelijk etiket voor producten die met behulp van genetische
veranderingen zijn gemaakt. Octrooien en patenten op genen en levende organismen zijn niet
mogelijk.
Fijn wonen
19. De woningnood onder jongeren, starters, studenten, ouderen en gehandicapten wordt
aangepakt. Er worden ruim 400.000 nieuwe woningen gebouwd volgens de principes van
duurzaam bouwen in de bestaande kernen, waarvan 40 procent sociale woningbouw. Door het
verminderen van de schaarste stagneren de prijsstijgingen van woningen en wordt de
doorstroming op de woningmarkt verbeterd. De wachttijd voor een betaalbare huurwoning
daalt van gemiddeld 3,5 jaar naar een half jaar. Sloop wordt ontmoedigd en
toekomstbestendige omvorming en renovatie van verouderde panden wordt gestimuleerd.
20. In de Randstad vindt (ver)nieuwbouw vooral plaats binnen de bebouwde kom. Daar komen
duurzame woonwijken die een toonzaal zijn voor innovatieve technieken: er wordt net zoveel
energie geproduceerd als gebruikt. Ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteitsverbetering en
verdichting binnen steden en dorpen. Waardevolle open gebieden worden gespaard.
21. Er worden 40.000 nieuwe woningen gerealiseerd in leegstaande kantoorpanden. Om dit te
bereiken worden vastgoedeigenaren en gemeenten financieel geprikkeld. Er komt geen
antikraakwet.
22. Buurtbewoners krijgen meer zeggenschap bij de inrichting en het beheer van hun directe
woonomgeving.
23. De keuzevrijheid van mensen met lage en middeninkomens wordt vergroot door huurders
het recht te geven hun woning met korting te kopen van de woningbouwcorporatie, in
combinatie met een terugkooprecht voor verhuurders.
24. Huurders krijgen het recht om, individueel en collectief, verbeteringen aan de woning en
woonomgeving af te dwingen. Ook krijgen klussende huurders een verbetersubsidie en een
korting op de huurprijs.
25. Bij nieuwbouw krijgen mensen als particuliere opdrachtgevers voorrang boven
projectontwikkelaars.
26. Aan de bevoordeling van mensen met een koopwoning ten opzichte van huurders, en met
name de bevoordeling van rijke en vermogende huishoudens, komt een einde met de
25
aanpassing van de hypotheekrenteaftrek. Het onderscheid tussen zelfstandige en
onzelfstandige woonruimte verdwijnt. De beperking van de huurtoeslag voor jongeren tot 23
jaar vervalt. Ook studenten, woongroepers en huurders bij een hospita met te hoge
woonlasten krijgen dan recht op huurtoeslag.
27. Er vindt geen verdergaande huurliberalisatie plaats en de gemiddelde huurverhoging is niet
hoger dan de inflatie, zodat sociale huurwoningen toegankelijk blijven voor huishoudens met
een laag inkomen. Activiteiten van corporaties moeten gerelateerd zijn aan het in stand
houden van de voorraad van huurwoningen voor huishoudens met een laag inkomen. De
invloed van huurders op het beleid van de corporaties wordt versterkt.
5. Duurzame welvaart
Werk maken van groene innovatie
1. Een innovatieve duurzame samenleving wordt bevorderd door het principe 'de vervuiler
betaalt' zo volledig mogelijk toe te passen. Emissierechten worden niet gratis uitgedeeld, maar
geveild. Naast heffingen en verhandelbare emissierechten wordt nationale en Europese weten
regelgeving gebruikt om effectief milieubeleid te voeren. Subsidies worden terughoudend
gegeven.
2. De invoering van een grootverbruikerheffing op energie draagt bij aan de gewenste
verandering van de structuur van de Nederlandse economie. Die wordt minder energieintensief
en meer gericht op innovatie en kennis. Bedrijven worden gestimuleerd om
warmte, water en restproducten uit te wisselen zodat het gebruik hiervan vermindert.
Waterbesparing wordt bevorderd.
3. De overheid geeft zelf het goede voorbeeld in het steunen van duurzame innovaties: zij
gebruikt groene stroom, koopt biologische en fair trade producten, maakt waar mogelijk
gebruik van open source software en bouwt duurzaam.
Nieuwe energie
4. Nederland is voortrekker van een revolutionair Europees milieu- en energiebeleid. Zelf zet
Nederland in op forse energiebesparing: twee procent minder energiegebruik per jaar. Veel
kan bereikt worden door het isoleren van oude huizen, het gebruik van energiezuinige
apparaten zoals spaarlampen en terugdringen van het standby-gebruik. Er worden op lange
termijn alleen nog energiezuinige auto’s toegelaten op de Europese markt.
5. Duurzame energie wordt waar nodig gestimuleerd met subsidies (die continuïteit kennen)
en concreet gerealiseerd door voor energieleveranciers de doelstellingen voor het aandeel
duurzame energie aan te scherpen in de tijd, vanaf 10 procent in 2010 naar 25 procent in
2020. Nederland streeft internationaal naar strenge eisen waaraan biobrandstoffen moeten
voldoen en aan de herkomst en het soort materiaal dat energiecentrales mogen bijstoken voor
het opwekken van groene stroom.
6. Nederland en Europa zetten een diplomatiek offensief in voor behoud van wereldwijde
biodiversiteit en voor een internationale aanpak van klimaatverandering. Het vervolg op Kyoto
moet een ambitieus en zo volledig mogelijk akkoord zijn. De inzet van handelssancties wordt
niet geschuwd bij rijke landen die blijven weigeren deel te nemen. Ontwikkelingslanden
worden meer gestimuleerd om mee te doen. Evenals lagere overheden en multinationals.
7. De overheid faciliteert een netwerk van ecoteams op wijkniveau om mensen bewust te
maken van hoe men met behoud van welzijn kan bijdragen aan een milieuvriendelijke wereld
en geld kan besparen.
8. Kernenergie is geen optie. Borssele wordt alsnog versneld, uiterlijk in 2013, gesloten.
6. Iedereen werkt mee
26
Werken aan werken
1. De arbeidsparticipatie neemt sterk toe en de werkloosheid gaat fors omlaag. Langdurige
werkloosheid wordt voorkomen. Werken tegen een laag loon levert financieel meer op door
invoering van een gedeeltelijk basisinkomen voor werknemers. Dat zorgt ervoor dat
economische zelfstandigheid eerder mogelijk wordt met een deeltijdbaan en laag loon. De
loonkosten voor met name laagbetaalde arbeid voor werkgevers worden verlaagd. Er komen
verplichte quota voor het aantal gedeeltelijk arbeidsgehandicapten dat werkgevers,
uitgezonderd kleine bedrijfjes en organisaties, in dienst moet hebben. Verder wordt het in
dienst nemen van gedeeltelijk arbeidsgehandicapten gestimuleerd en gefaciliteerd. Bekendheid
van bestaande regelingen met dit doel wordt bij werkgevers vergroot.
2. Kleine en startende ondernemers worden gestimuleerd en ondersteund. De financiële en
administratieve lasten voor kleine ondernemers worden minder. Het onderscheid tussen
werknemers en zelfstandigen in de sociale zekerheidsregelingen wordt verminderd door
zelfstandigen aan meer regelingen mee te laten doen. Mensen zonder werk worden beter met
hulp en geld ondersteund als ze een eigen bedrijf willen opzetten. Met selectief inkoopbeleid
van de overheid krijgen innovatieve ondernemers voorrang.
3. Er wordt een eenvoudig en uitgebreid systeem van dienstencheques ingevoerd voor klussen
in en om het huis. Klussen worden goedkoper en daarmee makkelijker uitbesteed. Zwart werk
wordt teruggedrongen en iedereen die nu aan de kant staat wordt gestimuleerd om met de
dienstencheques (in ieder geval gedeeltelijk) aan het werk te gaan.
4. Nederland zet zich in om in Brussel te regelen dat het lage BTW-tarief voor ambachtelijke
dienstverlening (zoals schoenmakers en kappers) zonder boven-lokale afzetmarkt mogelijk is
of blijft.
Eerlijke kansen voor iedereen
5. De ontslagbescherming voor mensen met tijdelijk werk wordt verbeterd. Er komt een
eenduidig ontslagrecht met korte procedures, zodat outsiders betere kansen krijgen op de
arbeidsmarkt. De ontslagbescherming voor zieke en gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers
wordt versterkt. Alle werknemers krijgen door werkgevers gefinancierde scholingsrechten.
Deze individuele scholingsrechten bedragen 8% van het loon tot aan modaal, tenzij CAOpartijen
hiervan willen afwijken. Bij onvoldoende investeringen in scholing krijgen werknemers
recht op een ontslagvergoeding die aan scholing moet worden besteed. Werkgevers die
bovengemiddeld werknemers ontslaan, betalen meer aan de WW.
6. Bedrijven mogen geen prooi worden van grillige investeerders die jagen op snelle winst. De
overheid stelt grenzen aan de macht van aandeelhouders via strikte regels voor overnames,
maximale transparantie van betrokken partijen en beperking van aftrekbaarheid van
financieringslasten.
7. Collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's) worden alleen dan algemeen verbindend
verklaard als er harde afspraken zijn gemaakt over evenredige vertegenwoordiging (sekse,
leeftijd en etniciteit) in het personeelsbestand. Werkgevers en werknemersorganisaties
bevorderen effectief dat werknemers zo lang mogelijk actief kunnen blijven met aangepast
werk of gerichte scholing.
8. Zijn mensen werkloos, dan krijgen ze gedurende de duur van de WW-uitkering de tijd om
zelf werk te zoeken of een bedrijf te starten, zo nodig met steun van de gemeente. Mensen
met een uitkering zonder startkwalificatie hebben recht op onderwijs. Ze kunnen daartoe door
de uitkerende instantie worden verplicht. Wie na één jaar toch nog werkloos is, gaat een
participatiecontract met de lokale overheid aan tegen betaling van ten minste het
minimumloon. Participatie kan van alles zijn: vrijwilligerswerk, scholing, leer-werk-trajecten.
Ook mensen die nu nog in de bijstand zitten krijgen een contract. Zo nodig worden in het
participatiecontract afspraken gemaakt over noodzakelijke hulpverlening. Daarbij wordt
rekening gehouden met zorgtaken.
Strijd tegen uitsluiting
9. Mensen die tijdelijk of langdurig niet kunnen werken krijgen een hogere uitkering. De WWuitkering
wordt het eerste half jaar negentig procent en het tweede half jaar tachtig procent
27
van het laatstverdiende loon. Mensen met tijdelijk werk krijgen sneller toegang tot de WW.
Mensen die nu in de bijstand zitten maar feitelijk arbeidsongeschikt zijn, krijgen een uitkering
op het niveau van het minimumloon. Bij de keuring van gedeeltelijk arbeidsgeschikte
werknemers worden mensen die (gedeeltelijk) worden goedgekeurd direct bemiddeld naar
werk. Er komen meer financiële prikkels voor werkgevers om mensen niet met een uitkering af
te schepen, goed personeelsbeleid te voeren en bijvoorbeeld langdurig werklozen in dienst te
nemen.
10. Armoede komt hard aan bij kinderen. De komende vier jaar wordt de armoede bij
gezinnen met kinderen teruggedrongen. Gemeenten mogen niet langer alleenstaande ouders
met een uitkering aan de kant laten staan door hen standaard een sollicitatievrijstelling te
geven. Gemeenten moeten met maatwerk zorgen voor voldoende mogelijkheden voor
deeltijdwerk en kinderopvang. De Kinderbijslag wordt inkomensafhankelijk, zodat de
overheidssubsidie terecht komt waar deze het hardste nodig is.
11. De AOW-uitkering gaat met 10% omhoog. Migranten afkomstig uit landen zonder
oudedagsvoorziening die geen volledige AOW hebben opgebouwd in Nederland krijgen alsnog
recht op een volledige AOW. Chronisch zieken en gehandicapten worden voor extra kosten
door hun ziekte of handicap gecompenseerd.
12. Het aantal mensen met problematische schulden wordt fors teruggedrongen. Er komt een
reclameverbod voor consumptief krediet op radio en tv. Daarnaast gaan aanbieders van
kredieten verplicht meebetalen aan schuldhulpverlening. Iedereen die schuldhulpverlening
nodig heeft, krijgt deze zo snel mogelijk.
7. Ontspannen zorgen
Tijd voor een ander
1. Ontspannen werken wordt de norm. Deeltijdwerk wordt aantrekkelijk en eerder lonend
gemaakt door invoering van een gedeeltelijk basisinkomen voor werkenden. De zeggenschap
van werknemers over werktijden en thuiswerken wordt vergroot.
2. Arbeid en zorg wordt eerlijker verdeeld tussen mannen en vrouwen. Financiële voordelen
voor traditionele gezinnen in de belastingen en sociale zekerheid worden geleidelijk afgeschaft.
De levensloopregeling en spaarloon worden omgebouwd tot ruimere en betaalde
verlofregelingen die flexibel op te nemen zijn. Verlofregelingen zijn bedoeld voor de zorg voor
kinderen en voor de zorg voor zieke familieleden en vrienden. Het zwangerschaps- en
bevallingsverlof gaat van zestien weken naar een half jaar. Partners krijgen twee weken
kraamverlof in plaats van de huidige twee dagen. Ouderschapsverlof gaat van drie maanden
naar een half jaar per ouder per kind.
3. Kinderopvang wordt een gratis basisvoorziening. Ouders mogen kiezen tussen professionele
kinderopvang of een persoonsgebonden budget voor informele kinderopvang. De kwaliteit van
de professionele kinderopvang wordt verbeterd en de openingstijden worden verruimd.
Scholen bieden allemaal een dagarrangement voor kinderen met allerlei activiteiten, gezond
eten en professionele leiding.
Zorg dichtbij
4. Wijken en buurten krijgen meer voorzieningen voor ontplooiing, ontmoeting en
ontspanning. Sport, buurt- en jongerencentra en andere voorzieningen zijn voor iedereen
dichtbij.
5. Er komen in alle gemeenten centra voor jeugd en gezin, in de buurt of als onderdeel van de
brede school. Zij krijgen de regie bij het begeleiden van gezinnen en het doorverwijzen van
jongeren met problemen. De kwaliteit van de jeugdzorg wordt verbeterd door het aantal
jeugdigen waar een gezinsvoogd verantwoordelijk voor is aanzienlijk te verlagen.
Minderjarigen zonder geldige verblijfsvergunning die geen misdrijf hebben gepleegd, mogen
niet in een justitiële inrichting worden geplaatst. Er wordt binnen een jaar voor capaciteit
gezorgd voor opvang van deze minderjarigen.
28
6. Ouderen, chronisch zieken en gehandicapten krijgen maximale zeggenschap over het eigen
leven. Gemeenten hebben de plicht om hun participatie zo breed mogelijk te ondersteunen. Zo
wordt het mogelijk om bijvoorbeeld onderwijs te volgen, te sporten en (vrijwilligers)werk te
doen. Vervoer en ontoegankelijke voorzieningen mogen geen beperking vormen voor
participatie. Er kan gekozen worden voor een persoonsgebonden budget of voor gemeentelijke
ondersteuning. In de gemeente komt één loket voor alle hulpvragen. Mantelzorgers worden
beter ondersteund.
7. Verpleeghuiszorg is gericht op de kwaliteit van het leven, met voldoende privacy en
aandacht van verzorgenden. Meer geld is nodig voor meer goed opgeleid personeel in de
instellingen.
8. In de gehandicaptenzorg staat de keuzevrijheid centraal. De mogelijkheid van ouders om
zelf de zorg voor een gehandicapte kind te organiseren wordt beter door het gebruik van
persoonsgebonden budgetten te stimuleren. In de instellingen worden de groepen kleiner en
de gebouwen beter.
9. Er komt meer bemoeizorg voor mensen in de knel. Schizofrene patiënten en verslaafden die
(nog) geen gevaar voor zichzelf of anderen vormen, laten we niet aan hun lot over.
10. Wij willen een maatschappelijk en politiek debat over wanneer sprake is van ondraaglijk en
uitzichtloos lijden. Dat gaat ook over de voorwaarden die dan gedefinieerd moeten worden om
eigen keuzes aan het eind van het leven te realiseren.
Solidaire zorg
11. De ziektekosten worden solidair opgebracht. Dat betekent solidariteit tussen jong en oud,
tussen rijk en arm én tussen gezond en ziek. De financiering van de zorg wordt meer
inkomensafhankelijk door de nominale premie te verlagen. De no-claim wordt afgeschaft. Het
eigen risico wordt inkomensafhankelijk.
12. Sociale verzekeraars zonder winstoogmerk krijgen een centrale rol in de uitvoering van de
publieke basisverzekering. Wachtlijsten worden weggewerkt. Het basispakket wordt uitgebreid
tot alle noodzakelijke (voor)zorg waaronder anticonceptie en de basis tandartszorg. Langdurige
zorg (AWBZ) komt in het basispakket.
13. Werken als zorgverlener moet weer aantrekkelijk worden. Het vak wordt in ere hersteld
door de werkdruk te verminderen en het carrièreperspectief voor verplegenden en
verzorgenden te verbeteren via aanpassing van de functie- en beloningenstructuur. Er komen
meer stageplaatsen voor zorgverleners in opleiding.
14. De alternatieve zorg wordt door de overheid goed gereguleerd en geregistreerd.
Alternatieve beroepsgroepen moeten onder andere aantonen dat zij een opleiding hebben, een
goed kwaliteitsbeleid voeren en een klachtenregeling hebben.
15. Er komt een waarborgfonds voor de kosten van medisch noodzakelijke hulp voor mensen
die geen ziektekostenverzekering kunnen afsluiten.
8. Land zonder angst
Agenten voor ons
1. Politie en justitie treden in de wijk effectiever op om het veiligheidsgevoel van burgers te
verbeteren. De administratieve lasten voor agenten worden verminderd. Zij komen veel meer
op straat en in de wijk, zodat wijkbewoners de politie weten te vinden. Er komt geen nationale
politie, de prioriteiten worden lokaal bepaald. Lokaal worden ook afspraken gemaakt over de
strikte voorwaarden waaronder cameratoezicht en preventief fouilleren kunnen worden
toegepast. De identificatieplicht wordt afgeschaft. Ook huiselijk geweld en seksueel misbruik
achter de voordeur wordt aangepakt. In de aanpak van eerwraak, vrouwen besnijdenis en
gedwongen huwelijken wordt nauw samen gewerkt met organisaties van migranten(vrouwen).
2. Door de productie van softdrugs te legaliseren en de verstrekking van harddrugs op
medische gronden uit te breiden, neemt de overlast af en wordt de werkdruk van politie en
justitie verminderd. Op landelijk niveau worden afspraken gemaakt over een betere aanpak
29
van jeugd- en zedenzaken en huiselijk geweld.
3. Politiekorpsen vormen met meer vrouwen, homo’s en migranten een betere afspiegeling van
de maatschappij. Door specifieke wervings- en voorlichtingscampagnes komt ook een
evenredige vertegenwoordiging bij officieren van justitie, de reclassering en rechters.
4. Er komt een landelijke registratie van misdrijven jegens groepen op grond van onder andere
sekse, etniciteit en seksuele gerichtheid.
Effectief straffen
5. Er wordt snel en proportioneel gestraft. Gedetineerden hoeven niet hun cel te delen. Bij
voorkeur worden bij delicten met een lage strafmaat alternatieve straffen toegepast. Ter
voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij krijgen gedetineerden meer begeleiding,
behandeling en opleiding, ook na hun vrijlating. Voor TBS-veroordeelden komen er meer
plaatsen en betere begeleiding bij verlof en na afloop.
6. De rechtspositie van slachtoffers wordt versterkt. Politie en openbaar ministerie zijn
verplicht slachtoffers die daar prijs op stellen op de hoogte te stellen van het verloop van hun
strafzaak. Slachtoffers van lichte misdrijven krijgen het recht om onder begeleiding daders
rechtstreeks te confronteren met hun leed en afspraken te maken over compensatie buiten de
rechter om.
7. Bij elk politie-, getuigen- en deskundigenverhoor mag de advocaat van de verdachte
aanschuiven. Standaard worden deze verhoren op video vastgelegd. De bevoegdheid om
verdachten maximaal twee jaar in voorlopige hechtenis te kunnen houden zonder concrete
verdenking wordt geschrapt.
8. Nederland gaat kritisch om met uitlevering van verdachten naar landen waar andere
rechtsnormen gelden dan hier.
Tegen terrorisme
9. Terrorisme bestrijden we internationaal. Er komt een Europese aanpak voor opsporing en
bestraffing van grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Iemand die is veroordeeld en
bestraft in verband met terrorisme, wordt na zijn bestraffing niet uitgesloten van elementaire
rechten en voorzieningen. De Europese Unie verbetert zo spoedig mogelijk de
grondrechtenbescherming van burgers en vreemdelingen door toe te treden tot het Europees
Verdrag van de Rechten van de Mens en het Europees Grondrechtenhandvest bindend te
maken.
10. Ter voorkoming van criminaliteit en terrorisme wordt de samenwerking tussen inlichtingenen
veiligheidsdiensten, politiekorpsen en gemeentebesturen drastisch versterkt. Over concrete
dreigingen worden mensen objectief en eerlijk geïnformeerd.
11. Inlichtingen- en veiligheidsdiensten komen onder strenge democratische en rechterlijke
controle. Informatie van deze diensten mag slechts in strafprocessen als bewijsmateriaal
worden gebruikt als zij kenbaar is voor de verdachte en zowel wat betreft rechtmatigheid als
betrouwbaarheid toetsbaar is door de rechter.
9. Allemaal burgers
Meedoen in de politiek
1. Burgers krijgen meer te zeggen. Er wordt een landelijk, correctief, bindend referendum
ingevoerd. De stemgerechtigde leeftijd wordt verlaagd naar zestien jaar. De kiezer krijgt naast
een stem op een politieke partij bij landelijke verkiezingen ook de mogelijkheid om zijn of haar
stem uit te brengen op de gewenste coalitie. De Tweede Kamer kiest de formateur voor
kabinetsformaties. De Eerste Kamer wordt afgeschaft. De burgemeester wordt door de
gemeenteraad gekozen. Zo lang dat nog niet mogelijk is, blijft GroenLinks meedoen aan
burgemeestersbenoemingen. Iedereen krijgt het recht om wetten door de rechter te laten
toetsen aan de grondwet.
2. Migranten die vijf jaar in Nederland wonen, krijgen landelijk en Europees kiesrecht.
30
Kinderen van migranten die in Nederland geboren worden, krijgen de Nederlandse
nationaliteit. Mensen die de Nederlandse nationaliteit krijgen, hoeven hun oude niet op te
geven.
3. Voor Nederland en de Nederlandse Antillen en Aruba geldt een onverdeeld Nederlands
burgerschap. Er wordt geen toelatingsregeling ingesteld voor Antilliaanse en Arubaanse
jongeren. Zij krijgen meer kansen om in Nederland te studeren.
4. In de staatkundige verhoudingen staat vergroting van de zeggenschap en zelfstandigheid
van de Nederlandse Antillen en Aruba voorop. Nederland bevordert duurzame sociaaleconomische
ontwikkeling van de Nederlandse Antillen en Aruba door de schuldenlast te
saneren. De samenwerking met de lokale politie en justitie wordt verbeterd. De sociale
vormingsplicht krijgt structurele ondersteuning.
Beter bestuur, minder management
5. Het openbaar bestuur wordt vereenvoudigd en de bureaucratie teruggedrongen. Het bestuur
komt dichter bij mensen. De rol van gemeenten wordt groter op terreinen als het onderwijs,
de (jeugd)zorg, veiligheid en werkgelegenheid. Bestuurslagen worden zo democratisch
mogelijk gekozen. Het moet voor mensen met vragen en problemen duidelijk zijn waar ze
terecht kunnen. Bestuurlijke drukte veroorzaakt door allerlei bestuurlijke tussenlagen en
deelvormen wordt afgeschaft. De taak van waterschappen wordt overgenomen door andere
overheden.
6. Drinkwatervoorziening, de energievoorziening en het openbaar vervoer zijn
nutsvoorzieningen die primair door de overheid moeten worden geregeld. Netwerken die het
karakter hebben van een monopolie behoren eigendom te zijn van de overheid.
7. Politiek moet transparant zijn. Een regeerakkoord is kort en bondig en wordt opgesteld door
de nieuwe ministers, onder leiding van de minister-president. De coalitiefracties hebben zich
enkel gebonden aan een plan op hoofdlijnen, dat de basis is voor het regeerakkoord. Politieke
tegenstellingen moeten zichtbaar worden gemaakt en worden uitgevochten in de politieke
arena van parlement en gemeenteraad. Politici krijgen geen voorkeursbehandeling ten
opzichte van andere burgers in welk opzicht dan ook. Er is soberheid in financiële regelingen
die henzelf ten goede komen. De strafrechtelijke immuniteit voor overheden wordt afgeschaft.
8. Inkomens van topbestuurders in de publieke en semi-publieke sector blijven onder het
niveau van het salaris van de minister-president. In de marktsector wordt zelfverrijking aan de
top tegengegaan door georganiseerde tegenstand van werknemers en verplichte opname van
salarissen van topbestuurders in CAO’s.
9. Op lange termijn wordt Nederland een republiek. Op korte termijn wordt de functie van de
koning enkel ceremonieel.
Een open cultuur
10. Het budget voor kunst en cultuur bedraagt 1% van de rijksbegroting.
11. Het vierjaarlijks bestemmen van kunstsubsidies wordt vervangen door een systeem van
langlopende subsidies en fondsbeoordelingen. Een deel van het budget zal voor nieuwe
projecten gereserveerd worden. Aan de professionele beoordelaars worden hogere eisen
gesteld. Gemeenten krijgen meer geld en ruimte om ateliers en broedplaatsen voor
kleinschalige kunstzinnige experimenten te ondersteunen. De financiële armslag voor
bescherming van het cultureel erfgoed als archieven, musea en monumenten wordt vergroot.
12. De publieke netten worden geheel reclamevrij, met onafhankelijke netredacties,
redactiestatuten en een onafhankelijke eind- of hoofdredacteur. Geld van het
Stimuleringsfonds Culturele Omroepproducties komt ook beschikbaar voor commerciële
televisie om de kwaliteit te verhogen en om de kansen van jonge TV-makers te vergroten. Het
aantal publieke televisiezenders wordt teruggebracht naar twee. De taak van de publieke
omroep is het aanbieden van een divers pakket programma’s, inclusief amusement, dat
verschillende doelgroepen aanspreekt. Er komt meer geld beschikbaar voor digitale media en
content.
13. Bij machtsconcentraties bij media-aanbieders dient de overheid in te grijpen om
pluriformiteit te garanderen. De overheid houdt toezicht op de toegankelijkheid van het digitale
domein, gaat digitale uitsluiting tegen en bevordert het gebruik van open standaarden. De
publieke sector stapt over op vrije software.
31
14. Er komt op scholen meer ruimte voor cultuureducatie, met speciale aandacht voor nieuwe
media als het internet. De culturele chipcard voor jongeren wordt uitgebreid. Onze
monumenten, musea, cultuurhistorische landschappen en archieven moeten makkelijker
toegankelijk en beter beschermd worden.
10. Een rijke toekomst
Meer en langer werken, lasten eerlijk delen
1. Het verhogen van de arbeidsparticipatie is de belangrijkste manier om de kosten van de
vergrijzing op te vangen. Wij willen een sociale en flexibele AOW die ouderen uitnodigt tot
langer doorwerken. Na veertig jaar werken hebben mensen recht op AOW en hierbij telt
ouderschaps-, zwangerschaps- en zorgverlof mee als gewerkte jaren. Rijke ouderen gaan
meebetalen aan de AOW door de AOW-premie te fiscaliseren.
2. Een brede hervorming van het belastingstelsel draagt bij aan deelname aan werk en eerlijke
verdeling tussen rijk en arm. Er komt een nieuw hoog belastingtarief vanaf een inkomen van
100.000 euro. De subsidies aan rijken worden beperkt door de twee grootste aftrekposten - de
hypotheekrenteaftrek en de pensioenaftrek - aan te passen en te richten op lagere en
middeninkomens.
3. De hypotheekrenteaftrek wordt geleidelijk aangepast. Een hoger inkomen leidt niet langer
tot een grotere aftrek. De aftrek wordt een subsidie van dertig cent op elke euro betaalde
hypotheekrente voor iedereen die onvoldoende vermogen heeft. Het eigenwoningforfait wordt
vervangen door een vermogensbelasting op dat gedeelte van de waarde van de woning dat
uitkomt boven de gemiddelde prijs van een koopwoning.
4. Vermogen wordt zwaarder belast bij mensen met veel vermogen. De belasting op vermogen
wordt geheven op de feitelijke vermogensinkomsten en de vermogensinkomstenbelasting
krijgt net als de inkomstenbelasting een progressief karakter.
5. De belastingen op erfenissen worden gemoderniseerd. Kinderen worden niet langer
bevoordeeld ten opzichte van andere erfgenamen, zoals kleinkinderen of vrienden. Grote
erfenissen worden zwaarder belast door de belasting meer afhankelijk te maken van de
omvang van de erfenis. Het doen van schenkingen tijdens het leven wordt makkelijker
gemaakt.
6. Met verstandig begrotingsbeleid wordt niet bezuinigd in slechte tijden en wordt niet teveel
geld uitgegeven in goede tijden. Zo moeten Europese afspraken over begrotingsbeleid
(Stabiliteits- en Groeipact) geformuleerd worden. Er komt een structureel overschot op de
begroting om volgende generaties een lagere staatsschuld en duurzame overheidsfinanciën na
te laten.
32
Dit is het verkiezingsprogramma van GroenLinks. Ruim een half jaar heeft de
programmacommissie met veel enthousiasme geschreven aan een bondig programma. Leden,
werkgroepen, medewerkers en vertegenwoordigers van GroenLinks hebben bijgedragen om er
een wervend programma van te maken. Via de speciale website hebben velen hun ideeën,
concrete voorstellen, tips en suggesties laten weten. Inspiratie vond de commissie in
gesprekken met veel maatschappelijke organisaties en denkers van binnen en buiten
GroenLinks. De uitkomsten van de gesprekken, debatten en adviezen heeft de commissie zo
goed mogelijk verwerkt.
Het definitieve verkiezingsprogramma is op het congres van 30 september en 1 oktober 2006
vastgesteld. Het programma is door de programmacommissie onder verantwoordelijkheid van
het partijbestuur van GroenLinks opgesteld. De voorzitter van de commissie was Kees Vendrik.
De commissieleden waren: Jolande Sap, Martijn Dadema, Olof van der Gaag, Shervin Nekuee,
Tineke Strik en Mathilde Streefkerk. De secretarissen waren: Bart Snels en Noortje Thijssen.
33