1. Werken aan het
Nederland van morgen
Kinderen eerst!
We geloven in de toekomst van Nederland. We moeten daarom werken aan het
Nederland van morgen. Dat betekent fors investeren in de kracht van de jeugd.
Zij is onze toekomst. Daarom stelt de PvdA kinderen voorop. Als ouder wil je
het beste voor je kind. Dat begint bij het moment dat je kind als baby in de wieg
ligt en die zorg houdt eigenlijk nooit meer op. De opvoeding van kinderen wordt
steeds ingewikkelder. De druk op gezinnen neemt toe. Op straat is er weinig
ruimte voor kinderen om veilig te kunnen spelen. Ook kinderen worden geconfronteerd
met de verruwing in de samenleving, en ze doen daar zelf vaak aan
mee. Het pesten op scholen, het toegenomen alcoholgebruik onder tieners zijn
zorgelijke ontwikkelingen die de kansen voor kinderen verminderen. De samenleving
moet daarom kindvriendelijker worden. Opvoeden is in de eerste plaats
de verantwoordelijkheid van ouders, en dat gebeurt primair in het gezin. Dat
betekent niet dat ouders maar aan hun lot moeten worden overgelaten. Ouders
moeten kunnen vertrouwen op goede zorg en opvang van hun jonge kinderen.
Ze moeten weten dat, ongeacht de opleiding die wordt gevolgd, hun kinderen
in een veilige omgeving goed onderwijs krijgen, en dat er na hun opleiding werk
is. En in de - gelukkig zeldzame - gevallen dat ouders de opvoeding van hun kinderen
niet zelf aankunnen, krijgen ze - desnoods gedwongen - hulp.
Goede opvang en zorg verzekerd
‘Kinderen eerst’ beginnen bij het begin. En dat is de geboorte of adoptie. Het
geluksgevoel. Het inschrijven bij de burgerlijke stand. Thuis of in het ziekenhuis
zorgeloos genieten van de eerste dagen en weken. Maar dan houdt het kraamverlof
op en moet je nadenken over hoe je alles gaat organiseren. Misschien zijn
er ouders of schoonouders die kunnen helpen. Maar meestal ben je aangewezen
op kinderopvang. En die moet goed zijn. Want je kind draag je niet zo maar
over. Je kind moet zich op zijn gemak voelen. Je moet je er als ouder goed bij
Werken aan een beter Nederland 15
voelen. Is dat nu altijd zo? Nee, lang niet altijd. Natuurlijk werken er in de kinderopvang
prima mensen met hart voor kinderen. Maar de kwaliteit van de kinderopvang
is nog niet goed genoeg. Veel ervaren krachten stoppen, moegestreden
van het met te weinig mensen aandacht geven aan zoveel kinderen.
Bovendien is het regelen van kinderopvang vaak een bureaucratisch gedoe. Het
moet echt anders, beter. Andere landen laten zien dat dat kan. In Nederland
hebben we nog een wereld te winnen. We willen een goede en toegankelijke kinderopvang.
Dat draagt er toe bij dat kinderen echt gelijke kansen krijgen. En het
is goed voor de ontwikkeling van het kind. Want kinderopvang van goede kwaliteit
geeft kinderen de kans om te kunnen spelen en leren met leeftijdsgenootjes.
Maar het is ook goed voor ouders. Kinderopvang biedt hen meer kansen
om zorg voor hun gezin en werk te combineren.
• De kwaliteit van de kinderopvang gaat omhoog. Huisvesting, veiligheid, het
opleidingsniveau van de beroepskracht en de informatie aan de ouders moet
de kwaliteit hebben dat je als ouder je kind er met een gerust hart aan toevertrouwt.
Deze eisen liggen hoger dan de huidige normen. Ook wordt er
goed toezicht gehouden op de pedagogische kwaliteit.
• Betaalbare kinderopvang. Kinderopvang is nu voor veel mensen veel te duur.
Veel ouders, in de praktijk vooral moeders, kunnen het inkomen dat zij verdienen
meteen weer afstaan aan het kinderdagverblijf. De PvdA wil kinderopvang
als basisvoorziening voor alle kinderen van 0-12 jaar. Deze basisvoorziening
omvat een samenvoeging van alle voorschoolse voorzieningen
voor 0 tot 4 jaar (waaronder peuterspeelzalen en voorschoolse educatie) en
een volledig pakket buitenschoolse opvang (voor-, tussen- en naschools)
voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Drie dagen per week opvang zijn gratis. Meer
dagen kan tegen bijbetaling naar draagkracht.
• De tijden van de verschillende vormen van kinderopvang worden flexibeler.
Ook als je geen 9 tot 5 baan hebt, moet je er iets aan hebben.
• In de kinderopvang krijgen alle kinderen de kans zich van jongs af aan spelenderwijs
te ontwikkelen en te leren. Voor de ontwikkeling van kinderen is
het belangrijk dat ouders betrokken zijn en goed Nederlands spreken en
schrijven. Daarom wordt aangehaakt bij inburgering en opvoedingsondersteuning,
daar horen taallessen en alfabetiseringstrajecten voor ouders bij.
• Ouders krijgen samen een kind. Terecht willen steeds meer ouders voor een
belangrijk deel samen voor hun kinderen kunnen zorgen, zeker als ze nog erg
klein zijn. Daarom komt er een goede algemene regeling voor ouderschapsverlof
gedurende zes maanden tegen 70% van het minimumloon, waarbij
16 Samen sterker
vaders en moeders zelf kunnen bepalen hoe ze dit verlof onderling verdelen.
We creëren de mogelijkheid dat sociale partners in de CAO een langer wettelijk
kraamverlof en zwangerschapsverlof kunnen opnemen.
• Er komen ouder- en kindcentra, die aansluiten op bestaande lokale voorzieningen,
waarin ouders en kinderen op één plek alle hulp kunnen vinden. Hier
is aandacht voor preventie en zorg, en wordt babysterfte voorkomen. Ouders
kunnen hier ook terecht met opvoedkundige problemen. Kinderen die hier
niet komen worden niet vergeten: medewerkers van de ouder- en kindcentra
gaan deze kinderen opzoeken en samen met de ouders bekijken of zij ondersteuning
nodig hebben.
Kinderen beschermd
Goede kinderopvang is van groot belang voor de kansen van kinderen. Maar
daarmee zijn we er in de huidige samenleving niet. In veel steden is nauwelijks
fysieke ruimte voor kinderen en zijn kinderen relatief vaak slachtoffer in het verkeer.
Het is niet te accepteren dat kinderen slachtoffer worden van misbruik.
Kinderen verdienen bescherming. De samenleving moet kindvriendelijker worden.
Dat betekent ook aandacht voor kinderen die uit de band dreigen te springen;
vroeg ingrijpen helpt. De toekomst van een kind mag niet worden verpest
door bureaucratische rompslomp of heen en weer geschuif tussen instellingen.
Tegelijkertijd moeten kinderen die zich asociaal gedragen ervaren dat dit ook
van hen niet wordt geaccepteerd.
• Het is onacceptabel dat elk jaar zo’n 50.000 kinderen slachtoffer worden van
misbruik. Er komt een meldingsplicht van misbruik voor mensen die vanuit
hun werk met kinderen te maken hebben. De privacyoverwegingen tellen hier
minder zwaar. Na een melding moeten kinderen ook direct kunnen worden
geholpen.
• Elk kind dat slachtoffer wordt in het verkeer is er één te veel. . Buurten moeten
veiliger worden gemaakt voor kinderen, bijvoorbeeld door verkeersveilige
schoolroutes. Kinderen moeten lekker buiten kunnen spelen. Er moeten voldoende
veilige en schone speelplekken zijn.
• Betere opvoedingsondersteuning en gezinscoaching voor ouders die het
alleen niet redden. Als er signalen zijn dat het met een kind de verkeerde kant
opgaat, moet worden ingegrepen. Ouders die weigeren mee te doen, kunnen
daartoe worden gedwongen.
Werken aan een beter Nederland 17
• Als een kind regelmatig spijbelt moet dit binnen een maand door de ‘spijbelrechter’
behandeld worden.
• Aanpak van criminaliteit bij de jeugd vergt betere coördinatie van betrokken
instanties. Er moeten goede afspraken komen welke instantie het initiatief
heeft. Blijft dat onduidelijk, dan mislukken projecten zoals de 'patserprojecten'
waarbij een slimme combinatie van strafrechtelijke, bestuursrechtelijke
en fiscale dwangmiddelen het mogelijk had kunnen maken om effectief op te
treden tegen leiders van jeugdbendes.
• Gestrafte jongeren gaan overdag naar school of werk en zitten ’s avonds hun
straf uit.
Jeugdzorg
Jeugdzorg is van groot belang om achterstanden en problemen bij de jeugd te
voorkomen en verhelpen. Wachtlijsten in de jeugdzorg kan de overheid zich niet
permitteren. Er zijn toch ook geen wachtlijsten bij de brandweer? Ook vallen
kinderen nu vaak tussen wal en schip door de onoverzichtelijkheid van organisaties
die zich met jeugd bezighouden. De PvdA vindt dat ontoelaatbaar.
• De PvdA gaat de wachtlijsten in de jeugdzorg wegwerken door voldoende
personeel aan te nemen en voor voldoende vervolgopvang te zorgen.
• De organisatie van de jeugdzorg moet drastisch versimpeld worden. Minder
loketten, minder organisaties en meer zorg op maat voor de kinderen die dit
nodig hebben. Bureaus voor jeugdzorg moeten lokaal aangestuurd worden
om te voorkomen dat kinderen de weg kwijt raken in het oerwoud van organisaties
en instellingen die allemaal op verschillende niveaus actief zijn. De
grotere centrumgemeenten krijgen de regiefunctie om alles wat met jeugd te
maken heeft goed te organiseren.
• Er moet betere opvang komen voor kinderen met een combinatie van problemen.
Zij mogen niet van de ene naar de andere instelling worden geschoven.
• Overmatig gebruik van alcohol en drug door jongeren is een sterk toenemend
probleem. Deze trend moet gekeerd worden. Onderdeel van de bijbehorende
aanpak is de illegale verkoop van drank aan jongeren onder de 16
jaar door horeca en detailhandel met stevige hand te bestrijden.
18 Samen sterker
Onderwijs: de basis van het
Nederland van morgen
Werken aan het Nederland van morgen, betekent investeren in het onderwijs
van vandaag. Het belang van goed en toegankelijk onderwijs kan moeilijk worden
overschat. Daarmee wordt geïnvesteerd in de talenten van onze jeugd.
Vanaf het moment dat ze voor het eerst het schoolplein oplopen tot het
moment dat ze met een diploma de school vaarwel zeggen. Goed en toegankelijk
onderwijs biedt de jeugd de beste garantie voor een kansrijke toekomst.
Het is de emancipatiemotor bij uitstek. Dat was het 100 jaar geleden en dat is
het nog steeds. Wij zijn om die reden ook voorstander van een stevig in het leerplan
verankerde plaats voor cultuureducatie op elke school in het primair
onderwijs. Goed onderwijs vormt kinderen, in kennisvaardigheden, maar ook in
sociaal-cultureel opzicht. Goed onderwijs draagt bij aan de vorming van het
Nederland van morgen.
Goed onderwijs is ook in het belang van Nederland. De komende jaren wordt
krapte op de arbeidsmarkt zichtbaar. Door de vergrijzing stromen velen uit.
Tegelijkertijd vraagt de arbeidsmarkt om steeds beter opgeleid personeel door
het teruglopen van de hoeveelheid laaggeschoolde arbeid en het toenemen van
kennisintensieve arbeid. We kunnen geen enkel beschikbaar talent missen.
Daarom zijn forse investeringen in het onderwijs noodzakelijk. De investeringen
in het onderwijs komen ten goede van de leerlingen en de leerkrachten. Het
geld wordt ingezet om de kwaliteit van het onderwijs in de klas te verbeteren.
De bureaucratie wordt tegengegaan.
De afgelopen jaren is een onderwijsbeleid gevoerd van sluipende afbraak.
Onderwijsinstellingen zijn er niet meer zeker van hoeveel geld zij kunnen verwachten
van Den Haag. Zij zijn daarmee afhankelijk geworden van de grillen
van Den Haag. Maar er is meer dat de kracht van het onderwijs ondermijnt. De
arbeidsmarktpositie en het carrièreperspectief van leraren zijn niet goed
genoeg, waardoor ervaren en kwalitatief goede mensen het onderwijs vaarwel
zeggen. Hierdoor wordt de status van het vak van leraar in toenemende mate
geschaad en die ontwikkeling willen wij keren. Daarnaast hebben de fusies in
het onderwijs de menselijke maat aangetast. Waar geborgenheid verdwijnt, ligt
anonimiteit op de loer. Dat is niet goed voor kinderen, zeker niet op scholen
waar veel wordt gespijbeld en de schooluitval groot is. Die trend wil de PvdA
keren. De PvdA streeft naar kleinere scholen. Nederland heeft behoefte aan vak-
Werken aan een beter Nederland 19
mensen. Ondertussen verspillen we talent door uitval in het VMBO én het
MBO. Dat moet beter. Tegengaan van schooluitval verdient topprioriteit, terwijl
doorstroming van het ene naar het andere onderwijstype weer wordt bevorderd.
Tenslotte staat de toegankelijkheid van het onderwijs onder druk door de snel
stijgende schoolkosten.
Geld is altijd schaars, ook voor het onderwijs. Er moeten keuzes worden
gemaakt. De PvdA zet sterk in op investeringen waar het maatschappelijk rendement
het hoogst is en de zelfredzaamheid van mensen relatief laag. Dat betekent
veel extra investeren in voorschoolse opvang, het primair onderwijs en het
VMBO. Daarnaast willen we voor de komende jaren de scholen ruimte geven.
Dat betekent geen grote stelselwijziging maar rust aan het front, zodat mensen
op een goede manier hun werk kunnen doen: namelijk het onderwijzen en vormen
van de talenten van onze jeugd. Goed onderwijs zonder goede leerkrachten
bestaat niet. Daarom vinden we dat het leraarschap aantrekkelijker moet
worden. De leraar moet daarom weer meer zeggenschap krijgen over de inhoud
van de lessen. Ook de kwaliteit van de PABO en andere lerarenopleidingen
moet beter worden. Leraren die lesgeven in kansarme wijken of dorpen of aan
lastige kinderen zouden de waardering voor dat belangrijke werk terug moeten
zien op hun salarisstrook. Leraren worden steeds vaker geconfronteerd met
asociaal en agressief gedrag. Daar mogen we ons nooit bij neerleggen.
Schoolbesturen krijgen de mogelijkheid om kinderen met achterstanden meer
lesuren te geven om op het gewenste kennisniveau te komen. Omdat het lesgeven
de kerntaak is van het onderwijs, moet het mogelijk zijn voor degenen die
alleen lesgeven ook hun maximum salarisschaal te halen.
Basisonderwijs: verankerd in de buurt
Het basisonderwijs is cruciaal voor de ontwikkeling van een kind. De staat van
veel schoolgebouwen is slecht en veel gebouwen zijn bovendien niet ingericht
volgens de hedendaagse eisen op het gebied van didactiek en methodiek. Goed
onderhouden en gefaciliteerde schoolgebouwen helpen voorkomen dat groepen
kinderen het niveau niet aankunnen. Investeringen in de gebouwen is een
bittere noodzaak. De PvdA moedigt het verder uitbouwen van de brede schoolactiviteiten
als concept aan, met als uitgangspunt de positie van (basis-)scholen
in wijken te versterken en/of te vergroten. In een samenwerkingsverband
dienen diverse (lokale) participanten uit de velden onderwijs en welzijn ernaar
te streven om op een vernieuwde en doeltreffende wijze faciliteiten op het
20 Samen sterker
gebied van bijvoorbeeld kinderopvang, sport, cultuur en educatie te bieden aan
de kinderen, jongeren en volwassenen in de wijk.
• Scholen verdienen een beter onderhoud. De PvdA vindt het niet toelaatbaar
dat kinderen les krijgen in gebouwen die versleten zijn en niet beschikken
over de voorzieningen van deze tijd. Zo is het niet te verkroppen wanneer
wc’s op scholen niet hygiënisch zijn.
• Bij voorkeur zijn de leerlingen op scholen in het primair onderwijs een afspiegeling
van de buurt. Aanmelding voor primair onderwijs gebeurt vanaf twee
jaar en ouders worden hierover voorgelicht, zodat alle ouders een eerlijke
kans krijgen op plaatsing op de gewenste school.
• Gemeenten en schoolbesturen komen in de positie om niet-vrijblijvende
afspraken te maken over het realiseren van gemengde scholen in wijken waar
dat mogelijk is. De vrijheid van ouders om de school te kiezen voor hun kinderen
staat daarbij voorop.
• Scholen leveren een belangrijke bijdrage aan het voorkomen van asociaal
gedrag. Leerkrachten krijgen de ruimte de overdracht van normen en
waarden in te passen in het bestaande curriculum. Er moet in het onderwijs
aandacht besteed worden aan de mensenrechten.
• De leraar is de ware held van de kenniseconomie. In de arbeidsvoorwaarden
van leraren op de basisschool (en het VMBO) komt 10% ruimte voor salarisverhoging,
scholing en het verlagen van het aantal lesuren, zodat er meer
ruimte ontstaat voor een grotere variatie in carrièremogelijkheden.
• Jonge kinderen hebben vaak niet de ruimte om veel buiten te spelen, zeker
niet in drukke steden. Op vroege leeftijd ontstaat zo bewegingsachterstand.
Om dit te bestrijden, moet op de basisschool een goed en professioneel aanbod
van sport zijn dat wordt gegeven door vakleerkrachten. Ook leren alle
kinderen op school weer zwemmen.
• Alle kinderen hebben het vermogen iets te leren en het recht zich een plaats
in de samenleving te verwerven. Voor bepaalde groepen leerlingen is extra
zorg en aandacht op maat nodig. De PvdA wil investeren in de functie van de
speciale zorg voor deze kinderen. Meer ruimte voor professionals, meer kindgericht
en minder systeemgericht. Waar mogelijk moet deze extra aandacht
binnen de gewone school worden geboden, bijvoorbeeld als het gaat om aangepaste
leermiddelen. Als de benodigde speciale zorg niet binnen het regulier
onderwijs geboden kan worden, moet ook voor deze leerlingen een passend
traject worden geboden.
• Basisscholen lopen sneller tegen de grenzen van hun capaciteit aan met
Werken aan een beter Nederland 21
Weer Samen Naar School dan verwacht. Daarom wil de Partij van de Arbeid
meer aandacht besteden aan betere scholing en bijscholing van docenten.
Bovendien pakt Weer Samen Naar School ook niet voor alle kinderen positief
uit. In de groei van het aantal leerlingen in het LWOO zien we bijvoorbeeld
teveel kinderen die naar het speciaal onderwijs hadden moeten gaan.
Op dit punt moet de indicatiestelling worden verbeterd. Daarnaast moet
het onderwijsconcept binnen WSNS gedifferentieerd worden om recht te
doen aan de verscheidenheid in de capaciteit van kinderen. Verder moet de
rol van ouders worden versterkt. Daarbij moet rekening worden gehouden
met de sterk toenemende vraag vanuit etnische minderheden naar plaatsing
op het speciaal onderwijs en met de begeleiding van ouders. De indicatiestelling
wordt vereenvoudigd omdat in de praktijk de uitslag van de
indicatie nauwelijks verschilt van het advies van het schoolhoofd. In twijfelgevallen
worden gemeenten verplicht een onafhankelijke professionele partij
in te schakelen voor een second opinion. Het belang van het kind staat
altijd centraal.
• Kinderen die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoeken, hebben
vaak een lange reistijd, omdat de scholen een regionale functie hebben.
Kortere reistijden bij hun vervoer zijn van belang om de schooldag te bekorten.
Leerlingenvervoer mag daarom gebruik maken van busstroken en krijgt
voorrang bij de veren. Dit geldt ook voor kinderen die dagbehandelingcentra
bezoeken. Een bundeling van doelgroepenvervoer bij de gemeente mag niet
ten koste gaan van de kwaliteit van het leerlingenvervoer.
VMBO/MBO: de vakmensen van morgen
We hebben behoefte aan vakmensen. Nu wordt veel talent verspild omdat
teveel jongeren vroegtijdig het VMBO verlaten. Die schooluitval moet met de
grootste spoed worden aangepakt. Achterstanden in de kwaliteit van schoolgebouwen
worden weggewerkt. Praktijklokalen van het VMBO/MBO moeten goed
zijn en voldoen aan de eisen die in de praktijk buiten school worden verlangd.
Het VMBO verdient een forse investering.
• Om uitval te voorkomen, pakken we de negatieve gevolgen van de grootschaligheid
aan; er wordt gestreefd naar kleinere scholen binnen grotere
bestuurlijke eenheden.
• Een groot deel van de uitval na het VMBO op de ROC’s wordt veroorzaakt
door een verkeerde keuze van de vervolgopleiding. Dat kan deels worden
22 Samen sterker
voorkomen door in samenspraak met ROC en CWI een zwaarwegende
beroeps- en opleidingskeuzetest aan te bieden. Binnen ROC’s moeten er
opvangklassen komen voor die leerlingen die uitvallen omdat ze een verkeerde
studiekeuze hebben gemaakt. Zo blijven ze in beeld en kunnen ze
worden geholpen bij het maken van een nieuwe, betere studiekeuze. Om
scholieren goed te begeleiden in hun vervolgopleiding is het belangrijk dat in
het VMBO echt invulling wordt gegeven aan het mentoraat.
• Budget voor scholen wordt niet langer gekoppeld aan slagingspercentages
en een maximaal aantal leerjaren. Zo wordt voorkomen dat leerlingen steeds
sneller naar een opleiding onder hun niveau worden gestuurd. Talent moet
optimaal benut worden.
• Sommige jongeren vallen uit omdat ze niet kunnen voldoen aan de vaak
theoretische eisen van de startkwalificatie, terwijl ze wel goede vakmannen of
vakvrouwen zijn die hun weg binnen een bedrijf weten te vinden. Geef die
jongeren de ruimte en hinder hen niet met die dwangmatige standaard theoretische
startkwalificaties, maar zorg voor een praktijkgericht diploma.
Daarom moet er meer maatwerk komen in het diplomasysteem van het
VMBO. Zodat de ambitie ´niemand van school zonder diploma´ recht doet
aan de mogelijkheden en toekomst van een kind.
• Het VMBO is voor veel scholieren overigens allesbehalve het eindstation.
Scholieren die willen doorleren moeten daartoe worden aangemoedigd. Van
het VMBO naar het MBO of doorstromen naar de HAVO en HBO. Stapelen
moet weer mogelijk en gemakkelijker worden; het is een teken van succesvolle
emancipatie.
HAVO/VWO: rust aan het front
Na alle stelselwijzigingen van de afgelopen jaren is rust aan het front nodig.
Rust om leraren de tijd en ruimte te geven om te werken aan de kwaliteit van
het onderwijs. Rust om het bestaande systeem bij te sturen waar nuttig en
nodig. Het voortgezet onderwijs moet voor ouders betaalbaar blijven.
• Schoolboeken zijn in Nederland gratis voor leerplichtige leerlingen.
• HAVO- en VWO-opleidingen dienen jongeren voor te bereiden op hoger
onderwijs. De selectiekwaliteit van het HAVO- en het VWO-examen wordt
hersteld.
Werken aan een beter Nederland 23
Hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek
Het Hoger Beroepsonderwijs en het Wetenschappelijk Onderwijs moeten toegankelijk
zijn en blijven voor iedereen die de capaciteiten heeft om zich op het
hoogste niveau te ontwikkelen, en moeten van kwalitatief hoog niveau zijn.
Mede door de inzet van de PvdA kunnen studieleningen nu meer naar draagkracht
worden terugbetaald, zijn de leenmogelijkheden verruimd en is het
terugbetalingstarief verlaagd. Het huidige studiefinancieringssysteem werkt
echter nog lang niet optimaal. Nederland investeert – zeker in vergelijking met
andere landen - weinig in het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Die investeringen moeten omhoog en er moet ruimte zijn om te excelleren,
voor studenten, wetenschappers en instellingen. We willen in het hoger onderwijs
en wetenschappelijk onderzoek geen eenheidsworst, studenten moeten
wat te kiezen hebben. De PvdA stelt de student centraal in het hoger onderwijs.
• Zonder over te gaan tot een volledig leenstelsel, worden de mogelijkheden
om te lenen verruimd, zodat ook kan worden geleend voor een studie in het
buitenland of voor een privaat aangeboden en door de overheid erkende
hogere opleiding. Studeren in Cambridge of China kan een waardevolle bijdrage
leveren aan de studie. Tegelijkertijd moet studeren in Nederland voor
buitenlandse studenten aantrekkelijker worden.
• Het erkennen van in het buitenland verkregen diploma's en competenties
moet vergemakkelijkt worden.
• Het wordt voor studenten en onderzoekers uit het buitenland minder moeilijk
om een tijdelijke werk- en verblijfsvergunning te verkrijgen. De PvdA wil
hiervoor de administratieve rompslomp afschaffen en voor instellingen in het
Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderwijs een eenvoudige procedure
opstellen.
• Er komt een ombudsman waar studenten met klachten terechtkunnen over
de kwaliteit en organisatie van het onderwijs. Studenten moeten er van op
aan kunnen dat ze waar voor hun geld krijgen, en dat ze terechtkunnen bij
een onafhankelijke instantie die serieus naar klachten kijkt.
• Universiteiten en HBO-instellingen gaan beter samenwerken, met behoud
van eigen identiteit. Dit kan ook de doorstroming van studenten verder
bevorderen. Universiteiten en HBO-instellingen krijgen de ruimte om maatwerk
te leveren, en dus de mogelijkheid om te investeren in kwaliteit en verscheidenheid
zodat er voor studenten iets te kiezen valt.
24 Samen sterker
• Er komt geen nieuw beleid rond het open bestel, collegegelddifferentiatie en
selectie aan de poort, zolang de ervaringen met de lopende experimenten
niet zijn geëvalueerd. Een onderdeel van de evaluatie is de toegankelijkheid
van het onderwijs. Deze mag niet in gevaar komen.
• Er wordt 10% extra geïnvesteerd in het ongebonden en zuiver wetenschappelijk
onderzoek, naast een forse impuls voor het onderzoek in de tweede
geldstroom (NWO). Het moet weer aantrekkelijk worden om (top-)onderzoeker
of docent te worden op de universiteit. Onderzoeksinstellingen en
onderzoekers dienen, waar mogelijk, op Europees niveau partners te zoeken.
Door de kennis binnen de Europese Unie te bundelen wordt het onderzoekspotentieel
beter benut. Belemmeringen, die onderzoek op Europees niveau
in de weg staan, worden geschrapt.
• Het bureaucratische onderwijsmanagement op HBO's en universiteiten
moet flink worden afgeslankt. De PvdA is voor vormen van toezicht die minder
bureaucratie vergen dan nu.
Jongeren aan het werk
Een goede eerste stap op de arbeidsmarkt is van groot belang. Blijft die stap uit,
dan dreigt een langdurige carrière als werkloze. Daar mogen we ons niet bij
neerleggen. We kunnen geen talent verspillen. Er is voldoende werk te doen.
Op talloze plekken komen instellingen, organisaties en bedrijven handen tekort,
en dat tekort zal de komende jaren alleen maar groter worden. Voor een sterk
en sociaal Nederland van morgen hebben we nu alle talenten hard nodig.
• Jongeren tot 27 jaar moeten naar school gaan of werk hebben. Voor werkloze
jongeren gaat een leer/werkplicht gelden. Voor jongeren die niet mee willen
werken en bij wie gedragsproblemen meespelen worden onorthodoxe oplossingen
niet geschuwd; dat kan in de vorm van opvang en disciplinering en
sociale dienstplicht.
• Stageplaatsen zijn belangrijk voor het afronden van de opleiding en de voorbereiding
op werk. Momenteel bestaat er een gebrek aan stageplaatsen en
leerwerkplaatsen, terwijl personeelstekorten dreigen. De PvdA stelt voor om
in alle bedrijven en instellingen minimaal één stageplaats op iedere vijftig
werknemers beschikbaar te stellen. Alle overheids- en semi-overheidsinstellingen
geven hierbij het voorbeeld. Ook kleinere bedrijven dienen stageplaatsen
beschikbaar te stellen. Hiervoor worden voorzieningen ingericht die het
Werken aan een beter Nederland 25
makkelijker maken voor kleinere bedrijven om stagiaires aan te nemen. Voor
ondernemers in het Midden- en Kleinbedrijf komt een stimuleringsregeling
die het voor het MKB mogelijk maakt stagiaires goed te kunnen begeleiden.
Stageplaatsen zijn niet vrijblijvend. Wie zich niet inzet op zijn stageplek,
wordt daar stevig op aangesproken, door de school en door de werkgever.
• Werkgevers krijgen een premieverlaging als ze jongeren in dienst nemen. Er
komt een no-riskpolis die werkgevers van deze jongeren beschermt tegen de
kosten van ziekteverzuim.
• De leeftijd voor het minimumjeugdloon gaat van 23 naar 21 jaar.
• Jongeren krijgen een sociaal dienstrecht: met een beurs worden zij in staat
gesteld maatschappelijk relevant werk te doen in binnen- of buitenland.